Archive for juni, 2009

Turbulentie

Ik móet eruit. Moet. Moet. Moet. Schop eerst mijn hakken, dan mijn jeans uit. Met mijn broek nog half op mijn knieën grijp ik met mijn handen diep in de schoenenkast. Hebbes. In de gauwigheid snaai ik een paar loopsokken uit de sokkenla. De hond drukt als gebruikelijk zijn voorhoofd tegen mijn gezicht als ik mijn veters strik. Sorry jochie, geen tijd. Moet. Moet. Moet.  Tights aan, pet op, mobiel in mijn kontzak.

Half struikelend, half hardlopend gris ik mijn sleutels van de tafel en baan ik me een weg naar de voordeur. Sorry jochie, je kunt niet mee. De deur valt achter me in het slot. De beteuterde blik van mijn viervoeter krast een klein schuldgevoel op mijn ziel. Nu niet. Nu. Niet. Moet. Moet. Moet. Zonder omkijken ren ik de straat uit.

Op het gevaar af een misschatting van enkele centimeters te maken en plat op mijn bek te gaan, scheer ik over stoepranden, langs vuilniszakken en tussen auto’s door. Sneller. Sneller! In de zinderende hitte van de middagzon begint mijn hoofd een traag bonken in te zetten. Pijn die prettig aanvoelt, die verdringt wat er niet zijn moet. Na een half uur accelereren voelen mijn bovenbenen aan als lood. Lepels in stijve pap. Ik kom amper vooruit maar mijn hoofd zegt Moet! Moet! Moet! Ik sleep mezelf langs de rand van de stad. Als ik eenmaal in het bos beland ben, kan ik niet meer. Ik buig hijgend voorover en kokhals net zo lang tot mijn hoofd lijkt te barsten. Teveel aan mijn hoofd. Er is geen ruimte meer. File. Opstopping. Hevige turbulentie. Mijn oren suizen. De zee golft tussen de pijnbomen door. Als ik nu niet oppas, ga ik zo tegen de vlakte. Ik leun voorover op mijn enkels. Op het randje van mijn sok doet een teek een gooi naar z’n geluk. Als vanzelf ben ik bij zinnen: “Godver…” schop ik er met mijn enkels uit.

Als ik om me heen kijk valt mijn oog op een bankje, waarop ik neerval. Met mijn hoofd in mijn handen – het bonken is als het stampen van een sleepboot geworden, diep, diep doordringend, kom ik enigszins tot rust. De spieren in mijn benen trillen, en als ik mijn hand voor me hou, zie ik de tremor in mijn vingers. Langzaam komt het besef dat hoe hard ik ook gerend heb, ik geen millimeter verder ben van wat ik wilde ontvluchten. Dit is zo zinloos. You can run, but you can’t hide.

Een rilling trekt over mijn bezwete rug. Het geraas in mijn hoofd neemt af. Terug naar huis, besluit ik, en met een korte knik, alsof ik het aan mezelf moet bevestigen, sta ik op en keer langzaam op mijn stappen terug.

Leave a comment »

My left foot

Volgens mijn officiële sportkeurmeester gaat het fysiek erg goed met mij. Mijn hart en longen functioneren op topniveau. Nou ja. Voor een vrouw van mijn leeftijd. De stand van mijn heupen valt onder de categorie “stabiel” en mijn bekken is zó sterk dat ik 14 kinderen zou kunnen baren zonder ook maar slightly uit balans te geraken. Knieën zouden beter kunnen, maar met wat oefeningen van de bovenbeenspieren kunnen die nog héél wat mijlen mee.

In mijn rug is geen greintje kromtrekking te bekennen. Misschien een kleine holling onderin, maar als die zo getraind blijft als ze is, kan ik daarmee nog op voetreis naar Rome en terug via Athene zonder schade op te lopen. De schouders staan kaarsrecht, en ik kijk redelijk helder uit mijn ogen. Een fit lijf, zullen we maar zeggen. Ik teken ervoor, zucht mijn vader, die, na vele tropenjaren hard werken, toch wat defecten in zijn bewegingsapparaat heeft ontdekt. So far, so good, zou je kunnen concluderen.

Er is één – zij het kleine – uitzondering. Er is één onderdeel aan mijn lichaam dat ronduit weigert zich iets aan te trekken van de reeds geconstateerde topconditie waarin mijn lijf verkeert. Dat een eigen cunning plan heeft waar ik niets van weet, waar ik niet in gekend ben en waaraan ik overgeleverd ben als aan de goden. Die dissidente factor is mijn linkervoet. Dat is raar. Want ik heb niets aan mijn linkervoet. En dat is wel het meest eigenaardige. Ik mankeer helemaal niets. Klinisch is er geen enkele oorzaak aan te wijzen voor de afwijking waar ik meer en meer last van heb.

Een korte uiteenzetting. Ik train twee keer per week. Beide keren ben ik circa 2 uur onderweg en bezig met lopen. Opwarmen, intervallen, duurlopen en afkoelen. Dit alles op zeer verantwoorde wijze en onder begeleiding van mensen die hier zichtbaar verstand van hebben. Niets aan de hand. Ik doe het helemaal goed.

Het probleem doet zich dan ook pas voor buiten het blikveld van de deskundigen. Bij iedere race gooit mijn afvallige voet spontaan de handdoek in de ring van “fysieke samenwerking”. Concreet: zodra ik begin te lopen voelen mijn linkervoet en linkerenkel totaal verstijfd aan. Na verloop van tijd beginnen ze aardig op mijn pijngevoelige zenuwen te werken. Hoe meer ik probeer mijn voet en enkel te ontzien, hoe erger het wordt. Bikkel als ik ben – in sommige gevallen is koppigheid een positieve eigenschap – loop ik toch altijd maar door. Want dat is toch zoiets geks met hardlopen… zolang je maar doorgaat hoef je ook niet over stoppen na te denken. Na een uurtje hardlopen, een kilometertje of 10 verder, verdwijnt de pijn als sneeuw voor de zon. Ik ben me niet langer bewust van een zere voet – en dat is prettig, want lopen op zere voeten en je daar bovendien vreselijk bewust van zijn is hell on earth

Na nogal wat herhalingen van deze “zere-race-voet” heb ik besloten dat het wel tussen mijn oren móet zitten. Zo’n voet gaat natuurlijk niet van niks raar doen. Het zullen de zenuwen zijn. De spanning voor de strijd. Hoogoplopende nervositeit die te maken heeft met de duur, de snelheid, het parcours, het hoogteverschil… Tsja, zo’n voet kan daar maar mee zitten. En nu ik eenmaal kennis heb van wat er aan de hand is, moet ik er, als beheerder van het voetenwerk, ook maar meteen goed voor zorgen. Want kwaad worden helpt niet. Dat is duidelijk. En mijn voet verwijzen naar een carriere als linkervoetschilder, daar word ik ook niet blij van. Lopen wil ik! Traploos regelbaar en pijnloos lopen! Gelukkig zijn er allerlei sites die me met raad en daad bijstaan. Deze bijvoorbeeld: Taking care of your feet.  Of deze: Preparing for the race. Over het uitkiezen van goede schoenen of kiezen uit het scala van running socks dat op de markt is.

Ik sta er niet alleen voor. Het web loopt over van zelfhulpgroepen van gestrande hardlopers, therapeuten met buikgevoel voor voeten en trainers die me via de meest uiteenlopende theorieën van mijn ongemakken af kunnen helpen. Geen nood, Vaal. Er is kennis genoeg voorhanden;  er is hulp unterwegs. Het komt wel goed met mijn linkervoet.

Leave a comment »

Click your heels 3 times…

Ik heb me gisteren ongelooflijk laatdunkend uitgelaten over mijn schoenen. Wat zeg ik? Schoenen? Opnieuw een smadelijke opmerking die z’n weerga niet kent. Het zijn namelijk regelrechte wónderslofjes. De hele dag een knoop in mijn maag gehad. Alsof ik een paar losse veters had ingeslikt. En daar zit ik dan de hele dag mee. Zo ben ik dan ook weer wel. Ik had, zeg maar, last van mijn schoenen. Of beter: van de belediging die ik mijn schoenen had toegeworpen.  Klompen heb ik ze genoemd. Geen toonbeeld van gratie. Geen toonbeeld van gratie? Ondankbaar nest…

Een excuus is op zijn plaats. Die wonderslofjes brachten me namelijk wél mooi op hele bijzondere  plekken. Dat ene stekkie daar, in de buurt van Jachtslot Mookerheide. Was ik daar ooit gekomen zónder die slofjes? Zónder die klompvoeten? Nou? Nou? Dacht ut niet. En dat hertje waar ik gisteren nog zo lyrisch over sprak? Was dat op mijn pad gekomen had ik die crocks niet aan mijn voeten gehad? Nu-uh! En zo noem ik nog maar een paar dingen: die mini-halve van Apeldoorn? Mijn opmaatje naar de halve M? Geen denken aan! Berlijn? Was niet gebeurd! De Bemmelse dijk op een zonovergoten zondagochtend? Was me nooit overkomen! Zonder jullie kwamen mijn wensen niet uit. Period.

Vandaar dat ik op deze dag diep door het stof wil gaan. En nu eens niet mét, maar vóór mijn schoenen. Mea culpa, het spijt me echt. Oprechter en ongemengd zuiverder kan ik het niet menen. Vanuit het diepst van mijn hart wil ik hier en nu graag toevoegen dat ik graag de hele wereld met jullie over wil. Parijs zien, Londen lopen, Barcelona doorkruisen, Praag verkennen, The Big Five in bezit nemen, NY CityMarathoner worden… Waar ik ga, gaan jullie ook. Al moet ik jullie aan je veters meeslepen. We zijn een winning team. Samen hebben we mij al buit gemaakt: ik ben volledig verkocht.

Dat we samen nog maar vele machtig mooie meters mogen maken…

Wonderslofjes /  Losse Veters

Leave a comment »

Ode to Joy

Ooit was ik een niet-loper. Je pas versnellen, een holletje maken, het op een lopen zetten, rennen: het was niets voor mij. Het einde van de straat haalde ik in geval van nood slechts compleet buiten adem. Meer zat er niet in.

Het is inmiddels ruim anderhalf jaar geleden dat ik tóch die hardloopschoenen maar heb aangetrokken. Ik was bereid mijn lichaam aan het werk te zetten, en sinds dat moment ben ik officieel verslaafd aan hardlopen. Aan de outfit kan het niet liggen. Ik heb weinig op met de niets verhullende tights en de strakke technische shirtjes. Om over die schoenen nog maar te zwijgen. Ieder elegant voetje ondergaat een metamorfose tot onvervalste horrelvoet in die oerlelijke klompen. Je kunt ze nog optuigen met een leuk kleurtje, een vrolijke veter, maar echte gratie zul je er niet mee verkrijgen.

Wat hardlopen de moeite waard maakt? Het valt bijna niet uit te leggen. Het zweten tot je jezelf ruikt. De pijn in (in willekeurige volgorde) knieën, tenen, heupen, rug, nek of (bij mannen dan) tepels. De regen die op je kop gutst. IJskoude vingers bij -5. Het gevoel dat je op een tennisbal bent gestapt na 20 kilometer asfalt vreten. Een vervelende teek die zich onder het randje van je sok heeft genesteld. Of het benauwde gevoel dat je al 10 km lang moet plassen, maar geen geschikte plek kunt vinden tenzij je je billen wilt blootstellen aan een compleet brandnetelbos op knielhoogte. Ik noem slechts enkele van de ongeneugten.

Toch durf ik me verslaafd te noemen. Zonder meteen te wijzen naar die stofjes, die endorfines, die zorgen dat je níets meer voelt van al die ongenoegens die ik hierboven nog beschreef. Maar er is meer. Zóndag was er meer. Heumensoord is een prachtig bos, er is een hoop te zien, maar als er een hele horde hardlopers door de bossen trekt, pratend, lachend, stampend, is er weinig meer te horen of te zien van de oorspronkelijke bewoners. Behálve zondag. Terwijl ik met Danny sprak over de weemoed om nooit uitgestoken examenvlaggen, we allemaal het pad goed in de gaten hielden omdat er nogal wat boomwortels op zoek waren naar zwakke enkels, schoof er, vanuit het níets, zomaar een hertje op het pad. 20 meter, niet meer, vlak voor ons. Ik zweer je, geen konijn, geen eekhoorn, zelfs geen dolgedraaide pissebed laat zich zien als wij er als een horde olifanten aan komen stampen. En toch stond ze daar, op het pad, en ze keek me récht in mijn ogen. Het duurde maar een fractie van een seconde voor ze doorhad dat die colonne stampend op weg was naar háár en verdween… we slopen op onze tenen verder – waarheen was ze gegaan? De achterhoede zag haar nog, terwijl er strak door de boschages werd gekeken. Het momentum was voorbij, en ik voelde me rijk. Was ik thuisgebleven, in mijn warme bed, ik had haar gemist. Dood- en doodzonde.

Sinds anderhalf jaar ben ik lid van een loopgroep met een naam die ik vol trots uitspreek. Ik ben een FUNrunner. Ten voeten uit. En die lelijke schoenen neem ik voor lief. Ik loop voor mijn plezier en heb daarbij prachtige mensen ontmoet. Die anders misschien niet op mijn pad waren gekomen. Mooie karakters, met elk hun eigen verhaal, over gemiste vlaggen, trotse kunstwerken, prachtig werk, mooie liefdes, bijzondere geschiedenissen. Ik heb veel geleerd, over veters strikken, looptechnieken, chi-running, pasta-maaltijden en koelen-koelen-koelen bij pijn. Maar er is meer. Veel meer. De reden waarom ik ren is gelegen in kleine dingen. Zo vond ik vorige week nog een prachtige foto in mijn brievenbus, een onderweg-foto van de 7heuvelenloop, waarop ik, breed lachend, met mijn 2 loopmaatjes sta. Omdat dat moment zo prachtig was. En dat was het. Dat ís het. Ontroerend mooi.

Van de overstekende ree heb ik geen foto. Alhoewel ik mijn Nokia95 altijd met me meedraag, en het een koud kunstje was geweest haar vast te leggen in prachtige pixels. Ik heb het niet gedaan. Omdat dat moment zo prachtig was. En dat was het. Dat ís het. Tranentrekkend mooi. Een simpel, mooi hertje. Op een gewone, vroege zondagochtend. Hoe rijk wil je worden? Thanks, deer.

ree

Leave a comment »

Loose ends

Een donderdagavond, een jaar of wat geleden. Onbestemde pijn, vaag, niks ergs, vroeg naar bed. Wat ik afdeed als “een zoveelste pijntje, gaat wel over”, bleek reden om daags erna op de spoed van een ziekenhuis te belanden. 

Wat ik leerde, the hard way, was dat mijn lichaam verre van onfeilbaar was. Als je niet goed zorgt voor lijf en leden, komt er een moment dat het geheel eigenhandig de handdoek in de ring gooit. Zie die maar eens op te rapen. Bang voor de consequenties van het zo lang negeren van mijn fysieke gesteldheid, ben ik een lijstje-voor-het-leven gaan maken. Omdat leven geen uitstel duldt. Want weet jíj wanneer het afgelopen is? 

Op mijn lijstje staan diverse items. Zo wil ik graag Ayer’s Rock gaan zien, in Australië. En de Taj Mahal. Ik wil mijn wiskunde op eindexamenniveau brengen. Een spoor achterlaten op de aarde door iets góeds te doen voor de wereld. Mijn zoon al die mooie dingen laten zien die het leven zo waard maken voor 100% geleefd te worden. Ik wil goed voor mijn lijf zorgen, omdat dat het voertuig is dat me langs al die andere zaken zal brengen. Als ik mijn lijf verwaarloos, zal ik zeker niet mijn leven kunnen leven to the fullest

Dat is de reden waarom ik, anderhalf jaar geleden, uit het niets ben begonnen met hardlopen. Wat begon als een manier om mijn conditie weer een beetje op peil te brengen, groeide uit tot een passie die zijn weerga niet kent. Hardlopen geeft me de kracht waarvan ik nooit had durven denken dat ik die  in me had.  

Lichaam en geest zijn krachtig met elkaar verbonden. En hardlopen zorgt voor een biologisch proces dat je mondhoeken naar je oorlelletjes doet neigen. Verslavend? Jazeker. Zelfs al ga ik bij een duurloop door een diep dal, na een uur beginnen de stofjes in mijn hoofd hun werk te doen en krijg ik zichtbaar meer plezier in wat ik doe. Pieken bestaan slechts bij de gratie van diepe dalen.  Opkrabbelen en doorlopen, verder en verder. Ik weet niet waarheen. Ik weet wel waarvóór.

Leave a comment »