Turbulentie

Ik móet eruit. Moet. Moet. Moet. Schop eerst mijn hakken, dan mijn jeans uit. Met mijn broek nog half op mijn knieën grijp ik met mijn handen diep in de schoenenkast. Hebbes. In de gauwigheid snaai ik een paar loopsokken uit de sokkenla. De hond drukt als gebruikelijk zijn voorhoofd tegen mijn gezicht als ik mijn veters strik. Sorry jochie, geen tijd. Moet. Moet. Moet.  Tights aan, pet op, mobiel in mijn kontzak.

Half struikelend, half hardlopend gris ik mijn sleutels van de tafel en baan ik me een weg naar de voordeur. Sorry jochie, je kunt niet mee. De deur valt achter me in het slot. De beteuterde blik van mijn viervoeter krast een klein schuldgevoel op mijn ziel. Nu niet. Nu. Niet. Moet. Moet. Moet. Zonder omkijken ren ik de straat uit.

Op het gevaar af een misschatting van enkele centimeters te maken en plat op mijn bek te gaan, scheer ik over stoepranden, langs vuilniszakken en tussen auto’s door. Sneller. Sneller! In de zinderende hitte van de middagzon begint mijn hoofd een traag bonken in te zetten. Pijn die prettig aanvoelt, die verdringt wat er niet zijn moet. Na een half uur accelereren voelen mijn bovenbenen aan als lood. Lepels in stijve pap. Ik kom amper vooruit maar mijn hoofd zegt Moet! Moet! Moet! Ik sleep mezelf langs de rand van de stad. Als ik eenmaal in het bos beland ben, kan ik niet meer. Ik buig hijgend voorover en kokhals net zo lang tot mijn hoofd lijkt te barsten. Teveel aan mijn hoofd. Er is geen ruimte meer. File. Opstopping. Hevige turbulentie. Mijn oren suizen. De zee golft tussen de pijnbomen door. Als ik nu niet oppas, ga ik zo tegen de vlakte. Ik leun voorover op mijn enkels. Op het randje van mijn sok doet een teek een gooi naar z’n geluk. Als vanzelf ben ik bij zinnen: “Godver…” schop ik er met mijn enkels uit.

Als ik om me heen kijk valt mijn oog op een bankje, waarop ik neerval. Met mijn hoofd in mijn handen – het bonken is als het stampen van een sleepboot geworden, diep, diep doordringend, kom ik enigszins tot rust. De spieren in mijn benen trillen, en als ik mijn hand voor me hou, zie ik de tremor in mijn vingers. Langzaam komt het besef dat hoe hard ik ook gerend heb, ik geen millimeter verder ben van wat ik wilde ontvluchten. Dit is zo zinloos. You can run, but you can’t hide.

Een rilling trekt over mijn bezwete rug. Het geraas in mijn hoofd neemt af. Terug naar huis, besluit ik, en met een korte knik, alsof ik het aan mezelf moet bevestigen, sta ik op en keer langzaam op mijn stappen terug.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: