Archive for juli, 2009

Moonwalking

Ik heb een solistische job. Mijn eigen “winkeltje” waar jonge mensen, op zoek naar oneindig goede raad, mijn duiventil binnenvliegen om vervolgens meer of minder tevreden, al of niet voorzien van goede of wijze raad, weer buiten te gaan. Natuurlijk spreek ik collega’s, we werken samen aan projecten, maar de meeste uren van mijn tijd breng ik zonder ze door. Van tijd tot tijd vind ik dat jammer; de contacten met studenten hebben een zuiver professionele basis en soms voelt het als een gemis dat er niet wat meer communicatie is tussen onderwijzende staf en begeleiders/coaches. Zeker na een dag van zware gesprekken kan het soms lekker “uitwaaien” zijn als je je verhaal kwijt kunt. Waarover dat verhaal dan ook gaat. Maar je hoofd leegmaken gaat ook perfect tijdens een stevig duurloopje. En dat komt dan wel weer goed uit.

Het vergroten van mijn sociale netwerk is niet de enige reden waarom ik voor een hardloopgroep heb gekozen, toen ik besloot te gaan leren rennen. Ik merkte al gauw dat ik minder gemotiveerd ben als ik op mijn uppie loop. Me zo bewust van alle pijntjes die je hebben kunt, een zere teennagel, een knie die opspeelt, een te hoge ademhalingsfrequentie, het randje van je rits onderaan je tight dat langs je been schuurt. Er kunnen zulke kleine drama’s ten grondslag liggen aan het vroegtijdig afkappen van je duurlopen – als je alleen loopt. Maar ze zijn er in alle soorten en maten, en komen vooral veel en vaak voor.

Lopen met een groep heeft een aantal grote voordelen. Er is ineens een stok achter de deur. Hoewel niet wordt overgegaan tot hinderlijke stalking, enige sociale controle is er zeker wel. (Weet jij waar die-of-die is gebleven? Die heb ik al een paar weken niet gezien! Zal eens een mailtje sturen….)  Je kunt tegen je loopmaatjes niet oneindig lopen zeuren over die belachelijke pijntjes die je achtervolgen. Groepsgewijs hardlopen betekent ook een betere conditie: er wordt wat afgekwekt tijdens de duurlopen (eerlijk is eerlijk, de intervaltrainingen verlopen een stuk stiller!).  En er passeren behoorlijk wat onderwerpen de revue. Zo hoorde ik vandaag nog over een “zeer religieuze” in ons midden, die wel wist wat voor muziek er bij de verhalen uit de Bijbel moesten horen. En ook: wie Milly Scott kende, zo’n vraag waarvan je de oorsprong niet kent, hij wordt ineens de groep ingegooid en wie het weet mag het zeggen. Nu wist ik dat Milly Scott een zangeres was “uit de oude doos”, dus ik kon volmondig JA roepen. Verder wist ik me geen enkel liedje van haar te herinneren, wist ik niet of ze nog leefde en of ze van Nederlandse of andere afkomst was. Mijn bijdrage bleef beperkt.

Alle fenomen worden besproken in mijn loopclub. Wedstrijden waar we naartoe trainen, drankgordels die wél lekker zitten, haarbanden die je hoofd niet in een squeeze nemen die je alle hersenactiviteit ontneemt, goeie sokken, slechte sokken, het nieuwe vriendje van die-en-die, hoofdluismaatregelen en geblesseerde tepels. You name it. Het mag je duidelijk zijn dat alle onderwerpen aan bod kunnen komen tijdens onze duurlopen: we zijn ruimdenkend en bovendien zeer nieuwsgierig naar al het lief en zéker het leed in onze wereld en die van anderen.

Nu is mijn leed deze week niet écht groot, maar wel behoorlijk pijnlijk. En dat had álles te maken met het overlijden van Michael Jackson. Ik hoor het je denken, nog zo’n old school fan, zo’n vrouw die nooit boven die puberverliefdheid op dit idool is heengekomen. Nu-uh. Zo zit het niet.  Ik was namelijk nooit fan van MJ. Dat hield ik altijd hartstochtelijk vol, me driftig door een genuine jaren 80 punkperiode heenslepend. Ik was van de hárde muziek – en eigenlijk is dat nooit overgegaan. MJ was voor woossies, van die meisjes in roze twinsetjes die iedere dag hun benen insmeerden met nivea, etuitjes met geurende pennen en dito gummetjes van Fiorucci uit hun Oilily schooltassen toverend. Yugh!

Maar goed. Ik dwaal af. MJ dus. We hoorden ‘m al twee weken op de radio, op de televisie. Ik heb Billy Jean nooit mee kunnen zingen – en dat frappeert me, aangezien er eigenlijk maar een paar zinnen aan songtekst is, die zich ook nog steeds laten herhalen.  Mijn tienjarige zoon, die MJ alleen kent vanwege de Earth Song (prachtig, I must say), probeert aan de hand van de clips op YouTube de passen te immiteren. Nu is daar enige souplesse voor nodig. Na veel oefenen is hij eindelijk een aantal bewegingen meester. Ik ben dólblij dat hij zich nog niet obstinaat in zijn kruis grijpt om vervolgens suggestieve bewegingen vanuit de heupen te gaan maken…. hij kopieert slechts de kuise moves.

Omdat ik MJ toch eigenlijk wel zelf heb meegemaakt, vind ik dat ik een streepje voor heb op het imiteren van het voetenwerk van deze superster. Na een How-To instructie op internet voer ik als een smooth criminal een moonwalk uit. Echt, ik zweer het je, het ziet er gelikt uit. Als ik de trail zie op www.eternalmoonwalk.com , dan kom ik er nog niet zo slecht vanaf. Maar er is nog iets wat ik kan. Of kon. Of eigenlijk nooit gekund heb, maar stug volhield dat ik het kon. MJ kan op de toppen van zijn tenen staan, als op spitzen, knieën vooruit, kin op de borst, hoed diep over één oog. Het ziet er zo glad uit op plaatjes. En dus deed ik het voor. Op de tegels, zonder spitzen. Stom-stom. Dat had ik kunnen weten. Met een harde knak zakte ik door mijn dubbelgevouwen teentjes. Ku-hút. Aijj-godnondemiljaardedju. Zoonlief keek me meewarig aan. Hij zei niks, maar ik zag ineens zo’n donkere denkwolk boven z’n hoofd… “Ja hoor mam, je kúnt het… écht waar”. Ik strompelde naar de bank om daar mijn wonden te likken en “Zo ongeveer moet het” te mompelen. We hebben het verder maar niet meer over MJ gehad en mijn Kleine Man oefent z’n MJ-imitatie wijselijk op zijn kamer. Er zijn zaken die je beter niet met je moeder kunt overleggen.

Tijdens de zondagochtendloop knal ik, het is geen kwade opzet, minstens 5 keer met die gekwelde tenen tegen een boomwortel. Bij iedere stap bijt ik manmoedig op mijn onderlip, maar als ik na die vijfde keer ook nog eens struikel over een achtergebleven kassei kan ik een pijnlijk gekreun niet onderdrukken. “Tisser?” vragen m’n co-loopies geïnteresseerd. Ze ruiken lont; ze ruiken lééd. Een enkeling kijkt al om, in afwachting van een verhaal over bloedende blaren, akelig geagiteerde achillespezen of mekkerende middenvoetsbeentjes. Met lichte zelfspot, ik kan het niet ontkennen, vertel ik het verhaal over mijn dappere pogingen de King of Pop te imiteren. Natuurlijk om mijn zoon een beetje cultuur bij te brengen. Ze kijken me meewarig aan. Yeah right! En misschien is dat nog wel de meest waardevolle functie van mijn loopgroep. Groepsgewijs stampend houden ze je met beide benen op de grond met een relativeringsvermogen waar iedere stugge Zeeuw of Grunninger een puntje aan zou kunnen zuigen. We doen maar gewoon, want zelfs daarin zijn we al gek genoeg.

Hoe het verder ging met mijn tenen? Ik durf het hier wel te vertellen. Eigenlijk kan ik alleen nog pijnloos achteruit lopen. Zachtjes glijdend op mijn sokken, met zo min mogelijk buiging van mijn tenen. Je zou het moeten zien: op de keper beschouwd een perfécte moonwalk.

Gelukkig heb ik een zittend beroep.

Advertenties

Comments (3) »

Rain down on me

Muziek is belangrijk voor me. In alle schakeringen die mijn karakter kent, klinken bijpassende tonen. Ik heb een hoofd vol woordjes, zinnen, refreinen, coupletten, afkomstig uit een leven lang muziek luisteren.  Als ik mijn losse veters eenmaal heb gestrikt voor een duurloopje, gaan de onvermijdelijke dopjes op mijn oren en loop ik mijn rondje terwijl de mooiste ritmes door mijn hoofd denderen. Want dat doet mijn muziek meestal wel als ik hardloop: flink dénderen.

Vandaag is zo’n loopdag. De regen komt al sinds vanochtend onophoudelijk met bakken uit de lucht. Er lijkt vooralsnog geen eind aan te komen. Aan de einder is het nog net zo grijs-grauw als boven mijn hoofd. Vandaag heb ik een boze dag. Dat gebeurt wel eens. Dat er van alles fout gaat. Waar ik in de meeste gevallen zelf de hand in heb gehad. Een niet zo goede hand. Zo’n dag dus. In plaats van me verder met het hele arsenaal aan stokken te slaan, heb ik besloten een uur goed te gaan lopen. Goed moe worden, zodat ik de wereld daarna weer in vol perspectief kan zien. Terwijl ik de deur achter me sluit, petje op, wonderslofjes aan, klik ik mijn mp3 speler aan. Ik weet precies waar ik starten moet. Een nummer dat me droevig stemt, kwaad maakt, dat me in volle vaart laat starten tot ik naar adem happen moet. Dinand Woesthoff zet in….

I’ve been running trough this town
I’ve been combing every street
I’ve been searching for the reason within reasons
Been searching for the higher ground in me

And I’ve been trying to surrender
To trust in every word
All my days in misery
Someone could have taken them from me….

Tak-tak-tak, snelle voeten scheren over stoepen, stoepranden, fietspaden, oversteekplaatsen, vluchtheuvels. Rennen Vaal, rénnen. Let it all just rain on me… yeah!

Na 4 minuten racen tegen de klanken van Kane hijg ik uit tegen een hek. De koude lucht scheert pijnlijk langs mijn luchtpijp. De neiging om te kokhalzen kan ik amper onderdrukken. Na een minuut ben ik weer een beetje bij zinnen en zap ik door tot een wat ren-vriendelijker nummer. Skip-skip-skip, nog ééntje van Kane. Vrolijker, lekker snel, m’n voeten jagen de stoeptegels na.

I’ve got something to say,
When it feels right,
I’ll take the rough ride
And trust the hearts guide,
Oh I know,

So many places to go,
I tell you when it feels right,
I’ll choose the dark nights,
Over the daylight,
Oh I know.

Het regent nog steeds, maar met dit nummer lijkt het net of de zon een wak in dat wolkendek probeert te kraken. Onzin natuurlijk, het regent nog net zo hard, mijn petje is nu al doorweekt en de druppels vinden hun weg langs het randje van de klep naar beneden. Maar de muziek vindt z’n weg naar de mooiere kleuren van mijn gemoed. Ik laat de stad achter me en loop een bospad in. De grond is verzadigd van zoveel hemelwater, een jeep heeft van de plassen vette modderpoelen gemaakt. Ik probeer wat te springen, links-rechts, links-rechts, maar als ik éénmaal een plas vol heb geraakt, besluit ik om dan maar gewoon dwars door de zut heen te gaan. En het voelt heerlijk, spetters tot hoog boven mijn hoofd. Het wit van mijn sokken is na een paar honderd meter diep gaan niet meer te onderscheiden. Een paar langzame nummers dienen zich aan. Hell no! Ik spoel gauw door, skip-skip-skip tot ik 3Door Down vind: KRYPTONITE. Mijn benen gaan sneller en sneller, mijn passen worden langer, ik spring-ren door de modder, onverslaanbaar, supersterk, het lijkt wel of ik vlieg…

 If I go crazy then will you still
Call me Superman
If I’m alive and well, will you be
There holding my hand
I’ll keep you by my side with
My superhuman might
Kryptonite !

Zo langzamerhand tekent zich een vette grijns af op mijn gezicht. Als ik met mijn tong langs mijn lippen ga proef ik zout zweet en modder tegelijk. Dit is geen afzien meer. Ik ben een klein uur aan het rennen en ik voel me heerlijk. Mijn bovenbenen voelen vermoeid aan, maar het rakelings over stronken en boomwortels scheren geeft me een oppermachtig gevoel. Ik probeer dwars door het bos van het ene pad naar het andere te lopen, schielijk tussen brandnetels schietend, bukkend onder laaghangende takken door, het kan me niets meer schelen. De enige muziek die ik hoor is die van mijn ademhaling, zwaar en gejaagd, kreunend als ik spring, alle kracht zit in het trotseren van de paden, de obstakels, de grenzen van mijn eigen lijf. Als ik op het volgende pad kom, dringen Hall & Oates zich aan me op. Ik moet hard lachen. Precies het goede moment! She’s a maniac… Yep, she is.

There’s a cold kinetic heat
Struggling stretching for the peak
Never stopping with her head against the wind

She’s a maniac, mániac on the floor….

Ik mag dan niet het lijf van Jennifer Beals hebben, in mijn beleving ga ik met evenveel vuur tekeer als zij in Flashdance deed.

Op de laatste klanken van Hall & Oates struikel ik het bos uit. Ik moet lachen om mijn eigen klunzigheid. Iedere boomstam gemist en nu ga ik op het laatst half onderuit. Over mijn kuit sijpelt een straaltje bloed. Frons mijn wenkbrouwen. Huh? Ik heb het niet gevoeld. Mijn hoofd was leeg, mijn lijf was hard aan het werk. Geen tijd voor flauwekul. Hier Werd Gerend.

Een dribbeltje terug naar huis. Maria Mena begeleidt me, liefelijk zingend:

All this time,
All this time,
You have had it in you,
You just sometimes need a push….

De hemel scheurt open en een stortbui is mijn deel. Ik drijf. Lachend. Het is oké zo. Ik kan er weer tegen.

Leave a comment »

Ren(-je-)Rot-Rokje

Ik zag ze al een poosje, de renrokjes. Ze hadden al een eigen stek op het web verworven, en gingen in de VS al een paar jaar in grote getale over de toonbanken. Had er al helemaal een beeld van, zo’n vrouw die dan half bezweken uit zo’n pashokje komt drijven, driftig trekkend aan het rokje dat maar niet over haar knieën wil. En dan zo’n all American shop meisje, dat over-enthousiast (naar Europese maatstaven) op haar af komt lopen, handen als in opperste verrukking om haar mond “Girl, you just look really, really, réally stúnning in that skirtsy running outfit”.

Inmiddels zijn ze ook ruimschoots in Nederland te koop, die renrokjes. Op de site Hardlooprokjes.nl staan renrokjes galore. Alle variaties, met of zonder lange broek eraan, met een kleurtje of in stemmig zwart. Zeg me wie je bent en ik vind een passend renrokje voor je. Maar goed. Nu heb ik ook zo’n ding. Zo’n renrokje. Niet omdat het zo “kek staat”, zoals in een blog voor hardlopende mama’s te lezen staat. Laat dit duidelijk zijn: hardloopkleding staat nóóit kek. Wie verzint het nu om in een broek die als een maillot om je billen zit door de bossen te gaan rennen. Dat de stoffen technisch beter zijn dan een wolletje of een katoentje, dát begrijp ik. Voor de afvoer van mijn stinkende lichaamssappen, soit, om te zorgen dat ik lekker droog blijf – al zweet ik als een rund, helemaal prima. Er zijn argumenten voor. Bovendien zorgt de strakke tight ook voor compressie, en dat is weer goed voor de prestatie. Hoe beter die compressie is verdeeld, hoe sneller je gaat. Het houdt, zeg maar, je spieren beter bij elkaar. En soms zie ik inderdaad wel eens iemand in een wijde wapperbroek door het bos hollen en ik moet je zeggen, dát is géén rennen. Het ziet er niet uit, maar vooral: het is géén rennen. Die kan bést wat compressie gebruiken. Zal ik maar zeggen.

Sinds de komst van mijn renrokje zijn de meningen niet van de lucht. Het maakt wat los, die hardlooprokjes. Opvallend is dat me vooral wordt gevraagd naar de reden van mijn aankoop. En die is eenvoudig. Nu de temperaturen weer naar recordhoogte stijgen, heb ik met grote regelmaat behoefte aan zo min mogelijk stof op mijn lijf. Te heet, te heet, ik ga bijna in katzwijm. En je begrijpt, dát rent natuurlijk helemaal voor geen meter. Om die reden heb ik een superdun hemmetje gekocht van Nike. Zo licht, dat je niet eens voelt dat je het aan hebt. Het ademt perfect en drijft binnen een mum van tijd het zweet van mijn rug af. Super.

Voor het onderlijf heb je naast de wapperende korte exemplaren (échte hardloopbroekjes, maar daarvoor moet je op z’n minst voor 50 % Kenyan Running Diva zijn, anders zie je er namelijk sowieso belachelijk pretentieus uit) ook de strakke korte running tights. Zo heeft Adidas ze van een vlotte 3-band voorzien voor deze zomer, in florissant rood. Maar mijn billen, gehesen in zo’n broekje, het zíet er niet uit. Elk bobbeltje, putje, poging-tot-neiging-tot-cellulitis: je ziet er álles in. Omdat ik me daarin hoogst ongemakkelijk voel, probeer ik mijn behind te camoufleren met een groot shirt. Maar bigshirts zijn al geen mode meer sinds de jaren 80, en die zijn we nu toch écht ruimschoots gepasseerd. Zelfs in retro-style hebben we die mode al lang en breed achter ons gelaten.

Maar dan. Met zo’n rokje, hé. Zo’n renrokje neemt het zicht weg op al die voor mij onoverkomelijke zichtbaarheden waarvan ik wil dat ze ongelooflijk ongezien blijven. Gehesen in zo’n superstrakkie is mijn hele outline te bezien voor ieder oog dat er op valt, en dat geeft me een naakt gevoel. Als ik me in al mijn hardloop-ongemakken ook nog moet gaan bezig houden met de aanblik van mijn achterste, dan kom ik al helemaal niet meer vooruit. “Oh”, zei een hardlopende vriendin, die zich had gemeld voor een rondje door de stad. Ze bekeek zich in de spiegel. “Als jouw kont dan niet om aan te zien is, wat moet je dan wel niet van míjn kont vinden. Want ik ben dikker dan jij. En ik draag altijd van die broekjes”

Daar begint dat hellend vlak. Dat je iets zegt, iets dat alleen over jezelf gaat, op niemand anders betrekking heeft, en vervolgens wordt het ingelijfd en heb je ogenschijnlijk vanuit het bijzondere ook een mening over het algemene, in casu “alle konten gestoken in strakke korte tights”. En ik zei nog “Ja maar…”. En ik probeerde nog “Maar ik bedoel…” en ik heb getracht het lot af te wenden met “Nee, je begrijpt me verkeerd…”. Maar dat was al mooi te laat. Met een duidelijk hoorbaar afkeurend gegrom verliet ze m’n slaapkamer.

Natuurlijk liep ze me eruit, die avond, op ons rondje stad. Ik had de tong op mijn tenen. Happend naar adem vroeg ik nog of ze wat lángzamer kon gaan. “Ik…red….’t …. ff …. niet” fladderde ik erachteraan. Maar ze was vastbesloten me haar voetzolen te laten zien. Of d’r kont. Het zou d’r wat. Ren je maar rot. Ze zal het zeker gedacht hebben. Jij met je rotrokje.

Leave a comment »

Runner’s Block

Zo’n zonovergoten zondagochtend. Met m’n loopkluppie in het bos. De grond is gortdroog en bezaaid met vergeelde dennenaalden. Het stof stuift hoog op als we kris kras over de bospaden trekken. Naast me loopt een collega-loper, incognito en vanaf heden in deze blog opgevoerd als Benny. Z’n schoenen glimmen me tegemoet. Nagelnieuw en bepaald geen impulsaankoop. 8 jaar heeft hij met zijn schoenen gedaan. De demping moet vergelijkbaar zijn geweest met de comfortvering van een Trabant uit 1958. Dat hij er afstand van heeft kunnen doen is een wonder. Na zo’n tijd treedt er onherroepelijk een hechting op die z’n weerga niet kent. Van schoenen ga je hóuden. Die gaan een beetje bij je horen. Al die kilometers die er onderdoor zijn gevlucht, die gooi je niet zomaar weg, die hang je niet zomaar aan de wilgen.

7 maal om de aarde

Enfin, Benny dus, met kakelvers schoeisel. Hij is goed loopgezelschap. De vorige posts van Losse Veters heeft hij inmiddels ook gelezen.  Zwoegend door een steeds verzengender hitte praten we over iets wat ons allebei boeit: schrijven; hij over sport, ik verhalend, fictief. Over een constante schrijfproductie, redactie en deadlines. Onder de woordenbrij schuiven onze schoenen over denneappels en losse steentjes. De schoenen van Benny krijgen een aardige vuurdoop. Het gesprek komt op een akelig onderwerp. Writer’s Block. De no-go-area van elke schrijver. Het afglijden in een diep dal vanwaar je de randjes niet meer kunt zien. We schudden een rilling van ons af. Gelukkig. Is ons nog nooit overkomen. We hebben woorden zat, hoewel onze kelen akelig droog geraken en de zon vals op onze schouders schroeit.

Thuisgekomen spoel ik het zand van me af en installeer me met een bruine boterham met kaas in de hangmat. Het is mijn lievelingsplek en absoluut dé stek om 1. een goed boek te lezen 2. in slaap te vallen of 3. die bijzondere momenten uit je dag te overpeinzen. Ik denk na over wat we zeiden, over Writer’s Block, en tel mijn zegeningen nog eens na omdat ik blij ben dat ik in volledige samenwerking met mijn toetsenbord nog steeds over aardig wat verbaal geweld beschik. Geen zorgen dus. De zon speelt een spel met de wolken en langzaam zak ik steeds verder weg, en slaap in het groen dat me omringt.

Met de zon op mijn oogleden zak ik weg in een akelige droom waarin ik loop en loop, de weg kwijt raak in het bos, helemaal alleen, en vervolgens ergens in val, een enorme put, diep-diep-diep. Er komt geen eind aan dat vallen. Dan schrik ik wakker. Pfoe. Ik schud mijn droom uit mijn gedachten. Stel je toch eens voor, dat je op een dag niet meer kunt hardlopen. Niet geblesseerd, want blessures gaan over, met rust en aandacht, en dan kun je weer beginnen met opbouwen. Nee, dat het op een dag gewoon óver is met de liefde. Dat die passie die me in het bloed lijkt te zitten op een dag besluit het bijltje erbij neer te gooien. Hardlopen? Bekijk het maar… We doen het niet meer!

Die gedachte laat mijn hart een keer overslaan. Ik moet er niet aan dénken! Elke dag waarin zich een moment voordoet van “diep dal” denk ik aan mijn hardloopschoenen. Ik heb de animale behoefte om te schrijven, ik kán niet zonder, maar datzelfde geldt evenzeer voor het rennen. Te lang niet rennen betekent een opeenhoping van loopbehoefte, wat resulteert in een zeer chagrijnige Vaal. Over no-go-area’s gesproken. Zover wil je het echt niet laten komen. Rennen behoort tot mijn primaire driften, zoiets als het stillen van honger en dorst, de onderste laag in de Piramide van Maslow. Basaler kan niet.

De gedachte aan een Runner’s Block doet me ondanks de zomerhitte rillen. Het zal toch niet… dus plan ik mijn agenda vol met duurloopjes om te genieten van dat wat me het meeste raakt: de kinetische energie in mijn benen. Of, in formule (als rasechte alfa toch altijd weer een uitdaging):     E_k=\tfrac12 m v^2
Ik wil alles tellen, mijn zegeningen, de dennenaalden in het bos, het aantal hectometerpaaltjes over de hele wereld, maar laat me in Godsnaam rennen. 7 maal over de aarde. En terug. Met liefde en plezier. Desnoods op de oude schoenen van Benny.

Leave a comment »

I got lost along the way

De pluggen in mijn hoofd spelen een liedje. Supergirl. Een hitje van een aantal jaren terug. Losjes lopend, verend op mijn voorvoeten, de beat in mijn hoofd…. Het is een aanstekelijk liedje.

And then she’d say it’s OK I got lost along the way
But I’m a Supergirl and Supergirls don’t cry
And then she’d say it’s alright I got home late last night
Cause I’m a Supergirl and Supergirls just fly

Vandaag was ik weer eens aardig het pad kwijt. Mezelf kwijt. Zoals zo vaak eerder is gebeurd. Het zit in zo kleine dingen. In een woord, een zin, een gesprek dat niet gaat zoals ik het wil, of zoals het zou móeten. Mijn lat ligt hoog, blijvend hoog, de wetten zijn strict en streng: geen bewegen aan. Maar soms valt alles even weg. Lijkt het alsof er geen geschiedenis ligt, geen pad is geëffend, en ben ik kwijt wat ik heb opgebouwd. Mag het gordijn weer even dicht, kan iemand dat gat in de muur even dichten? Je vestingwerken waren om trots op te zijn. Hoog, stevig, degelijk. Wat bezielt je de verdediging tot een minimum te beperken? Show some backbone, girl!

Ik loop mijn bekende rondje. Een Marikenrondje. Hoe toepasselijk. Soepel verend, flexibele voeten, soepele knieën, ik ben een geoefend mens. Ik kom er wel weer. Ik ben supergirl. Soms verdwaal ik onderweg. Soms vlieg ik even buiten de radar. Maar dat doen ze soms. Supergirls. Of ik nu de tweede, de derde of de vierde afslag neem. Misschien komt er een moment dat ik foutloos vliegen kan. Misschien. Ooit. Eerst maar eens zorgen dat ik met beide benen op de grond blijf. Dat vind ik al moeilijk genoeg.

And then she’d say it’s OK I got lost along the way
But I’m a Supergirl and Supergirls don’t cry
And then she’d say it’s alright I got home late last night
Cause I’m a Supergirl and Supergirls just fly…

Bijna thuis. Ik zie het licht. Ik kom er wel. Ooit. Bijna. Thuis?

 

Ben er nog niet helemaal

Almost there...

 

 

 

 

Leave a comment »