Ren(-je-)Rot-Rokje

Ik zag ze al een poosje, de renrokjes. Ze hadden al een eigen stek op het web verworven, en gingen in de VS al een paar jaar in grote getale over de toonbanken. Had er al helemaal een beeld van, zo’n vrouw die dan half bezweken uit zo’n pashokje komt drijven, driftig trekkend aan het rokje dat maar niet over haar knieën wil. En dan zo’n all American shop meisje, dat over-enthousiast (naar Europese maatstaven) op haar af komt lopen, handen als in opperste verrukking om haar mond “Girl, you just look really, really, réally stúnning in that skirtsy running outfit”.

Inmiddels zijn ze ook ruimschoots in Nederland te koop, die renrokjes. Op de site Hardlooprokjes.nl staan renrokjes galore. Alle variaties, met of zonder lange broek eraan, met een kleurtje of in stemmig zwart. Zeg me wie je bent en ik vind een passend renrokje voor je. Maar goed. Nu heb ik ook zo’n ding. Zo’n renrokje. Niet omdat het zo “kek staat”, zoals in een blog voor hardlopende mama’s te lezen staat. Laat dit duidelijk zijn: hardloopkleding staat nóóit kek. Wie verzint het nu om in een broek die als een maillot om je billen zit door de bossen te gaan rennen. Dat de stoffen technisch beter zijn dan een wolletje of een katoentje, dát begrijp ik. Voor de afvoer van mijn stinkende lichaamssappen, soit, om te zorgen dat ik lekker droog blijf – al zweet ik als een rund, helemaal prima. Er zijn argumenten voor. Bovendien zorgt de strakke tight ook voor compressie, en dat is weer goed voor de prestatie. Hoe beter die compressie is verdeeld, hoe sneller je gaat. Het houdt, zeg maar, je spieren beter bij elkaar. En soms zie ik inderdaad wel eens iemand in een wijde wapperbroek door het bos hollen en ik moet je zeggen, dát is géén rennen. Het ziet er niet uit, maar vooral: het is géén rennen. Die kan bést wat compressie gebruiken. Zal ik maar zeggen.

Sinds de komst van mijn renrokje zijn de meningen niet van de lucht. Het maakt wat los, die hardlooprokjes. Opvallend is dat me vooral wordt gevraagd naar de reden van mijn aankoop. En die is eenvoudig. Nu de temperaturen weer naar recordhoogte stijgen, heb ik met grote regelmaat behoefte aan zo min mogelijk stof op mijn lijf. Te heet, te heet, ik ga bijna in katzwijm. En je begrijpt, dát rent natuurlijk helemaal voor geen meter. Om die reden heb ik een superdun hemmetje gekocht van Nike. Zo licht, dat je niet eens voelt dat je het aan hebt. Het ademt perfect en drijft binnen een mum van tijd het zweet van mijn rug af. Super.

Voor het onderlijf heb je naast de wapperende korte exemplaren (échte hardloopbroekjes, maar daarvoor moet je op z’n minst voor 50 % Kenyan Running Diva zijn, anders zie je er namelijk sowieso belachelijk pretentieus uit) ook de strakke korte running tights. Zo heeft Adidas ze van een vlotte 3-band voorzien voor deze zomer, in florissant rood. Maar mijn billen, gehesen in zo’n broekje, het zíet er niet uit. Elk bobbeltje, putje, poging-tot-neiging-tot-cellulitis: je ziet er álles in. Omdat ik me daarin hoogst ongemakkelijk voel, probeer ik mijn behind te camoufleren met een groot shirt. Maar bigshirts zijn al geen mode meer sinds de jaren 80, en die zijn we nu toch écht ruimschoots gepasseerd. Zelfs in retro-style hebben we die mode al lang en breed achter ons gelaten.

Maar dan. Met zo’n rokje, hé. Zo’n renrokje neemt het zicht weg op al die voor mij onoverkomelijke zichtbaarheden waarvan ik wil dat ze ongelooflijk ongezien blijven. Gehesen in zo’n superstrakkie is mijn hele outline te bezien voor ieder oog dat er op valt, en dat geeft me een naakt gevoel. Als ik me in al mijn hardloop-ongemakken ook nog moet gaan bezig houden met de aanblik van mijn achterste, dan kom ik al helemaal niet meer vooruit. “Oh”, zei een hardlopende vriendin, die zich had gemeld voor een rondje door de stad. Ze bekeek zich in de spiegel. “Als jouw kont dan niet om aan te zien is, wat moet je dan wel niet van míjn kont vinden. Want ik ben dikker dan jij. En ik draag altijd van die broekjes”

Daar begint dat hellend vlak. Dat je iets zegt, iets dat alleen over jezelf gaat, op niemand anders betrekking heeft, en vervolgens wordt het ingelijfd en heb je ogenschijnlijk vanuit het bijzondere ook een mening over het algemene, in casu “alle konten gestoken in strakke korte tights”. En ik zei nog “Ja maar…”. En ik probeerde nog “Maar ik bedoel…” en ik heb getracht het lot af te wenden met “Nee, je begrijpt me verkeerd…”. Maar dat was al mooi te laat. Met een duidelijk hoorbaar afkeurend gegrom verliet ze m’n slaapkamer.

Natuurlijk liep ze me eruit, die avond, op ons rondje stad. Ik had de tong op mijn tenen. Happend naar adem vroeg ik nog of ze wat lángzamer kon gaan. “Ik…red….’t …. ff …. niet” fladderde ik erachteraan. Maar ze was vastbesloten me haar voetzolen te laten zien. Of d’r kont. Het zou d’r wat. Ren je maar rot. Ze zal het zeker gedacht hebben. Jij met je rotrokje.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: