Moonwalking

Ik heb een solistische job. Mijn eigen “winkeltje” waar jonge mensen, op zoek naar oneindig goede raad, mijn duiventil binnenvliegen om vervolgens meer of minder tevreden, al of niet voorzien van goede of wijze raad, weer buiten te gaan. Natuurlijk spreek ik collega’s, we werken samen aan projecten, maar de meeste uren van mijn tijd breng ik zonder ze door. Van tijd tot tijd vind ik dat jammer; de contacten met studenten hebben een zuiver professionele basis en soms voelt het als een gemis dat er niet wat meer communicatie is tussen onderwijzende staf en begeleiders/coaches. Zeker na een dag van zware gesprekken kan het soms lekker “uitwaaien” zijn als je je verhaal kwijt kunt. Waarover dat verhaal dan ook gaat. Maar je hoofd leegmaken gaat ook perfect tijdens een stevig duurloopje. En dat komt dan wel weer goed uit.

Het vergroten van mijn sociale netwerk is niet de enige reden waarom ik voor een hardloopgroep heb gekozen, toen ik besloot te gaan leren rennen. Ik merkte al gauw dat ik minder gemotiveerd ben als ik op mijn uppie loop. Me zo bewust van alle pijntjes die je hebben kunt, een zere teennagel, een knie die opspeelt, een te hoge ademhalingsfrequentie, het randje van je rits onderaan je tight dat langs je been schuurt. Er kunnen zulke kleine drama’s ten grondslag liggen aan het vroegtijdig afkappen van je duurlopen – als je alleen loopt. Maar ze zijn er in alle soorten en maten, en komen vooral veel en vaak voor.

Lopen met een groep heeft een aantal grote voordelen. Er is ineens een stok achter de deur. Hoewel niet wordt overgegaan tot hinderlijke stalking, enige sociale controle is er zeker wel. (Weet jij waar die-of-die is gebleven? Die heb ik al een paar weken niet gezien! Zal eens een mailtje sturen….)  Je kunt tegen je loopmaatjes niet oneindig lopen zeuren over die belachelijke pijntjes die je achtervolgen. Groepsgewijs hardlopen betekent ook een betere conditie: er wordt wat afgekwekt tijdens de duurlopen (eerlijk is eerlijk, de intervaltrainingen verlopen een stuk stiller!).  En er passeren behoorlijk wat onderwerpen de revue. Zo hoorde ik vandaag nog over een “zeer religieuze” in ons midden, die wel wist wat voor muziek er bij de verhalen uit de Bijbel moesten horen. En ook: wie Milly Scott kende, zo’n vraag waarvan je de oorsprong niet kent, hij wordt ineens de groep ingegooid en wie het weet mag het zeggen. Nu wist ik dat Milly Scott een zangeres was “uit de oude doos”, dus ik kon volmondig JA roepen. Verder wist ik me geen enkel liedje van haar te herinneren, wist ik niet of ze nog leefde en of ze van Nederlandse of andere afkomst was. Mijn bijdrage bleef beperkt.

Alle fenomen worden besproken in mijn loopclub. Wedstrijden waar we naartoe trainen, drankgordels die wél lekker zitten, haarbanden die je hoofd niet in een squeeze nemen die je alle hersenactiviteit ontneemt, goeie sokken, slechte sokken, het nieuwe vriendje van die-en-die, hoofdluismaatregelen en geblesseerde tepels. You name it. Het mag je duidelijk zijn dat alle onderwerpen aan bod kunnen komen tijdens onze duurlopen: we zijn ruimdenkend en bovendien zeer nieuwsgierig naar al het lief en zéker het leed in onze wereld en die van anderen.

Nu is mijn leed deze week niet écht groot, maar wel behoorlijk pijnlijk. En dat had álles te maken met het overlijden van Michael Jackson. Ik hoor het je denken, nog zo’n old school fan, zo’n vrouw die nooit boven die puberverliefdheid op dit idool is heengekomen. Nu-uh. Zo zit het niet.  Ik was namelijk nooit fan van MJ. Dat hield ik altijd hartstochtelijk vol, me driftig door een genuine jaren 80 punkperiode heenslepend. Ik was van de hárde muziek – en eigenlijk is dat nooit overgegaan. MJ was voor woossies, van die meisjes in roze twinsetjes die iedere dag hun benen insmeerden met nivea, etuitjes met geurende pennen en dito gummetjes van Fiorucci uit hun Oilily schooltassen toverend. Yugh!

Maar goed. Ik dwaal af. MJ dus. We hoorden ‘m al twee weken op de radio, op de televisie. Ik heb Billy Jean nooit mee kunnen zingen – en dat frappeert me, aangezien er eigenlijk maar een paar zinnen aan songtekst is, die zich ook nog steeds laten herhalen.  Mijn tienjarige zoon, die MJ alleen kent vanwege de Earth Song (prachtig, I must say), probeert aan de hand van de clips op YouTube de passen te immiteren. Nu is daar enige souplesse voor nodig. Na veel oefenen is hij eindelijk een aantal bewegingen meester. Ik ben dólblij dat hij zich nog niet obstinaat in zijn kruis grijpt om vervolgens suggestieve bewegingen vanuit de heupen te gaan maken…. hij kopieert slechts de kuise moves.

Omdat ik MJ toch eigenlijk wel zelf heb meegemaakt, vind ik dat ik een streepje voor heb op het imiteren van het voetenwerk van deze superster. Na een How-To instructie op internet voer ik als een smooth criminal een moonwalk uit. Echt, ik zweer het je, het ziet er gelikt uit. Als ik de trail zie op www.eternalmoonwalk.com , dan kom ik er nog niet zo slecht vanaf. Maar er is nog iets wat ik kan. Of kon. Of eigenlijk nooit gekund heb, maar stug volhield dat ik het kon. MJ kan op de toppen van zijn tenen staan, als op spitzen, knieën vooruit, kin op de borst, hoed diep over één oog. Het ziet er zo glad uit op plaatjes. En dus deed ik het voor. Op de tegels, zonder spitzen. Stom-stom. Dat had ik kunnen weten. Met een harde knak zakte ik door mijn dubbelgevouwen teentjes. Ku-hút. Aijj-godnondemiljaardedju. Zoonlief keek me meewarig aan. Hij zei niks, maar ik zag ineens zo’n donkere denkwolk boven z’n hoofd… “Ja hoor mam, je kúnt het… écht waar”. Ik strompelde naar de bank om daar mijn wonden te likken en “Zo ongeveer moet het” te mompelen. We hebben het verder maar niet meer over MJ gehad en mijn Kleine Man oefent z’n MJ-imitatie wijselijk op zijn kamer. Er zijn zaken die je beter niet met je moeder kunt overleggen.

Tijdens de zondagochtendloop knal ik, het is geen kwade opzet, minstens 5 keer met die gekwelde tenen tegen een boomwortel. Bij iedere stap bijt ik manmoedig op mijn onderlip, maar als ik na die vijfde keer ook nog eens struikel over een achtergebleven kassei kan ik een pijnlijk gekreun niet onderdrukken. “Tisser?” vragen m’n co-loopies geïnteresseerd. Ze ruiken lont; ze ruiken lééd. Een enkeling kijkt al om, in afwachting van een verhaal over bloedende blaren, akelig geagiteerde achillespezen of mekkerende middenvoetsbeentjes. Met lichte zelfspot, ik kan het niet ontkennen, vertel ik het verhaal over mijn dappere pogingen de King of Pop te imiteren. Natuurlijk om mijn zoon een beetje cultuur bij te brengen. Ze kijken me meewarig aan. Yeah right! En misschien is dat nog wel de meest waardevolle functie van mijn loopgroep. Groepsgewijs stampend houden ze je met beide benen op de grond met een relativeringsvermogen waar iedere stugge Zeeuw of Grunninger een puntje aan zou kunnen zuigen. We doen maar gewoon, want zelfs daarin zijn we al gek genoeg.

Hoe het verder ging met mijn tenen? Ik durf het hier wel te vertellen. Eigenlijk kan ik alleen nog pijnloos achteruit lopen. Zachtjes glijdend op mijn sokken, met zo min mogelijk buiging van mijn tenen. Je zou het moeten zien: op de keper beschouwd een perfécte moonwalk.

Gelukkig heb ik een zittend beroep.

Advertenties

3 Reacties so far »

  1. 1

    Gian said,

    ‘Ze ruiken lont; ze ruiken lééd’. Zó erg zijn wij toch niet???
    Natuurlijk wil ik zondag wel de moonwalk van je zien.

    • 2

      Losseveters said,

      Don’t worry, Gian. In een blog mag je nu eenmaal een beetje overdrijven. Dus neem wat je leest met een korreltje zout / pak Jozo. Mijn loopgroepje is me zeer dierbaar. Dat weet jij net als ik. Liefs! M.


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: