Archive for Uncategorized

Op naar de sterren…. en daar voorbij!

Het is bijzonder hoe mechanismes in je hoofd kunnen werken. We zeggen al te makkelijk tegen onszelf dat we niet in staat zijn een bepaald doel te bereiken. Daarvoor dragen we honderdduizend argumenten aan die stuk voor stuk hout snijden. Had je me 4 jaar geleden verteld dat ik in staat zou zijn 2.5 uur ononderbroken hard te lopen, ik had je meewarig aangekeken, strak zoekend naar tekenen dat je echt hard op je achterhoofd was gevallen. Toch loop ik nu 2.5 uur onafgebroken hard. Misschien niet zo hard als ánderen, of zo hard als ik zou wíllen. Maar wel hard.

In november dachten de meisjes van het secretariaat dat ze niet of nooit 5 kilometer achter elkaar zouden kunnen hardlopen. En in mei gingen ze allemaal over de finish van de Nijmeegse Marikenloop. Mooi doel gesteld. Prachtig resultaat. Ze konden zich die eerste trainingen nog goed herinneren: we liepen maar een halve minuut hard! Klopt, en gaandeweg gingen ze verder. Trainden ze hard om het gestelde doel te bereiken: de Mariken-medaille binnenslepen.

Op het secretariaat is inmiddels een bescheiden Hall of Fame ingericht. Medailles en startnummers hangen aan de muur. Zeker weten dat er nog meer bij komt, ze zijn druk aan het zoeken naar leuke loopwedstrijden waar ze nog meer van het felbegeerde metaal kunnen halen. Ladies runs, Meidenlopen, Dijkenlopen of Bruggenlopen: alles wordt gescreend op “leuk?” en “kunnen we dat?”. Natuurlijk kunnen ze dat. Die 5 km, die zit al in de pocket.

Gisteren vertelde ik tijdens onze wekelijkse Woensdagtraining dat we gingen afwijken van de route. Er werd wat onzeker gekeken. Óver de 5k heen? Of ik dat wel zeker wist? Jawel. Nu eens niet afslaan bij de 2e slagboom (de Marikenroute van 5k) maar réchtdoor langs het zweefvliegveld, tot bij het kraantje over het spoor. Het was warm, het bos was stoffig, maar we hebben het gered. Het kraantje, speciaal voor alle hardlopers en fietsers door de bewoners van het aanpalende boerderijtje daar aangelegd, gaf verkoeling. Het water lijkt er mágisch. Vervolgens doken we de Biesseltsebaan op, eerst in de klakkende zon, daarna heerlijk in de schaduw van het bos. Aangekomen bij het PCN het spoor overgestoken en weer het bos ingedoken. Mijn ‘wandel-toetje’ werd stug genegeerd. Er werd hárdgelopen! Niet gewandeld! (‘En ik wil naar huis’, mopperde er één…). Ze liepen voor het eerst 9.3 km. 9.3km??? Jazeker. Want als je 5 kunt, dan kun je ook 10…

Soms moet je vertrouwen hebben in je lijf. Niet letten op het kloppen van je hart, maar om je heen kijken en de manshoge varens in het bos zien. Het geritsel van de hagedisjes door het dorre blad op de grond horen. Die hertjes zachtjes zien wegsluipen. En vooral die geur opsnuiven van een bos dat de warmte van de zon heeft geabsorbeerd. Dat lijf volgt je voeten wel, hardlopen is in essentie niets anders dan niet stoppen met je ene voet voor de andere te blijven zetten. En dat je moe bent? Daarvan kun je uitrusten. Dat je voeten branden? Straks wacht je een koel bad. Dat je honger krijgt? Het eten zal je zó goed smaken…

Je kunt meer dan je denkt. Je voeten zijn misschien niet zo groot, maar de hele wereld past eronder.

Comments (1) »

de #meisjesvanhetsecretariaat

Ik weet wel dat ik tot vervelens toe kan praten over het hardlopen. M’n grote passie. Een snellere harteklop kreeg ik, letterlijk of figuurlijk, nooit eerder van iets waar ik me vrijwillig voor inzet – en niet voor betaald krijg. Dat hardlopen… ach, uren kan ik erover uitwijden.

Het moest er dan ook wel een keer van komen dat ik iemand met mijn verhalen zou infecteren. Ik weet niet meer precies hoe het ter sprake kwam, maar op een mooie dag in oktober 2010 sprak ik met de #meisjesvanhetsecretariaat over hardlopen, en iemand moet een balletje hebben opgegooid: dat zou ik ook wel willen kunnen. Ik moet gehapt hebben: ik kan het je leren. Ze moet gezegd hebben: dat is een goed plan. Want op 1 november 2010 startten we een loopgroepje. Van scratch af. Het aller- aller- allereerste begin van hardlopen. Dat leek toen nog op wandelen. We begonnen met 4 man sterk, en gaandeweg sloten zich een aantal hardlopers aan. Er werd een doel gesteld: de Marikenloop. 5 prachtige kilometers door een minzaam stukje bos in het Nijmeegse domein.

Ze hebben gelopen. Ze hebben gezweet. Ze hebben gelachen. Ze hebben gevloekt. Gebeden. Misschien zelfs gehuild – maar het waren zulke bikkels, dat ik dat niet heb mogen waarnemen. Deze zwaan-kleef-aan-groep, deze #meisjesvanhetsecretariaat, kwamen steeds verder. 10 minuten? Halen we nooit. Hoeveel hebben we gelopen? 20? Dat KAN niet. Jawel. Het kon. Ze konden 25, ze konden 30 minuten. Hell, ze haalden zelfs 45 minuten. Tijdens een werkweek in het buitenland wisten ze de afstand in 38 minuten af te leggen. Stelletje krengen. Zomaar zonder mij. Gelukkig legden we nog geen week later dezelfde afstand samen in 36 minuten af. 2 minuten winst in een week… dat voorspelt nog wat!

En nu is het vrijdag de 13e. Ik zou vandaag een Marikenloopje doen met m’n favo maatje Sari. 5 kilometertjes, niet zoveel, gewoon als laatste rondje. Even bijkletsen, even samen lachen. Want met Sari lopen is altijd een feestje, hoe kort het ook is. M’n hoofd wil niet mee, een fikse pijn op m’n linkeroog gooit roet in het eten. Met de nodige triptanen achter m’n kiezen probeer ik van me af te zetten dat lopen er vandaag niet meer in zit. Ik moet me maar concentreren op zondag, 15 mei, de dag van de Marikenloop, de dag van de #meisjesvanhetsecretariaat.

Ze weten hoe het moet. Ze weten dat ze het redden. De een wat sneller. De ander wat langzamer. Alle tips hebben ze in hun hoofd zitten. Ze weten dat de eerste tien minuten killing zijn. En dat als je doorrent, alle pijntjes verdwijnen. Dat als je vastbijt, je veel meer kan dan je denkt. Ze kunnen 45 minuten. Ze hebben er maar 36 nodig. En dan de ruggen recht voor de foto, alles eruitgooien wat erin zit en trots over de finish gaan.

En ik? Ik ben een watje. Ik kan er nu al helemaal week van worden. Niet van die Marikenloop. Dat was een doel. Die weg daarnaartoe, die is zo veel meer waard. En ik mocht er bij zijn. Getuige zijn. Van 5 vrouwen die weten wat ze waard zijn. Zie ze maar eens rennen, zondag. De #meisjesvanhetsecretariaat. Because they’re girls.

Though girls… My girls…

Trotse Veters….

Comments (1) »

Steaming Hot & Killer Heels

We hadden een mooi en strak plan, mijn loopmaatje en ik. Utrecht lopen, de halve, de exacte reden weet ik niet meer. Het kan niet zijn dat we toen al wisten dat de Kenyanen waren ontmoedigd deel te nemen, en we eindelijk onze plaats op het erepodium zouden gaan opeisen. We hadden vast een goede reden ons aan te melden, maar eerlijk… ik zou het niet meer weten.

Eerder die week hadden we al contact. Zie je die temperatuur? Het wordt een wárme, wárme dag! Een starttijd om 14.00hrs is dan niet echt in je voordeel. En inderdaad. De organisatie van de Jaarbeursmarathon nam daags tevoren contact met ons op. Denk om een petje! Denk om water! Denk om UV-factor hoog-hoog-hoog want jongens, het wordt héét!

En zo vertrekken we naar de Domstad voor die Halve Marathon die we – waarom ook weer? – gaan lopen.

Bij aankomst komt de 10K net binnen. Knalrode hoofden. Alsof er een miss-verkiezing voor tomaten heeft plaatsgevonden. Ze kijken met ongeloof naar onze startnummers waarop “Brooks Halve Marathon” prijkt. “Jullie gaan nu nog lopen? Petje af! Het is echt té heet!”. We kijken een beetje trots. Ja, wij gaan nog starten. Het is wel warm. Maar we hebben alles bij ons. Zonnespul factor 50. Een petje. Drinkgordels met voldoende vulling. Bovendien zijn we uitgerust met onze G lucotabs, en daarop durven we alle Halve Marathons aan waarvoor we ons ingeschreven hebben. Dus Utrecht? Eg wel!

De Jaarbeurshal biedt ons verkoeling, een plek om nog wat te eten en te drinken, langdurig en vaak naar de wc te gaan en wat te shoppen bij twee dames die hippe hardloopkleding verkopen. Het is een superplek, die we met wat moeite verlaten om de zindere hitte in te stappen van het startvak, pal voor Hal 1. Om dood te gaan. Zo heet. Collega Jos twittert me nog dat hij na 5K op ons wacht, rechterzijde, bij de Meernbrug, gekleed in een rode polo. Ah. Fijn! Real-time supporters. Daar leven we naartoe!

Nadat het startschot heeft geklonken wordt het al gauw stiller en stiller. Het beton is moordend, de hitte laat m’n hartslag suizen in mijn oren, en dat is het moment waarop ik me realiseer (kilometer 1.39) dat ik nog een lange, lange weg te gaan heb. En als ik die gedachte eenmaal heb toegelaten knaagt er een stemmetje in m’n hoofd dat eerst mild fluistert: dit ga je dus mooi niet redden. Om na nog een kilometer in m’n oor te toeteren: DIT.GA.JE.DUS. MOOI.NIET. REDDEN! Gelukkig is de Meernbrug al in zicht, al is de weg erheen lang. Er worden geen grapjes gemaakt. Geen gesprekken gevoerd. Geconcentreerde koppies focussen op de weg. Is er al een drankpost in zicht? Hoeveel kilometers nog tot er schaduw volgt? Bomen? Wind? Vanuit de verte zie ik een rode polo, op rechts, de afgesproken plek. Je kunt van collega Jos zeggen wat je wilt, maar een man van afspraken is hij zéker, en dat is op dit moment in mijn leven zo fijn. En wat ben ik blij hem te zien! Jos! Hier! Ook loopmaatje Sari, totaal onbekend met deze collega, is zichtbaar blij met de rode polo. Na een korte high-five en bemoedigende woorden van Jos vervolgen we onze weg. Die drankpost moet hier toch echt wel ergens zijn?

Eenmaal de bocht om (en nog één, en nog één) komt dan eindelijk de drankpost in beeld. We vliegen aan op de kartonnen bekers (“Mogen we er twee???”). We vullen onze drankgordels met koel water en gaan opnieuw op pad. Ik had nooit zo’n groen beeld van Utrecht, maar dat moet ik nodig bijstellen: we komen langs een prachtige route met veel groen, veel water en vooral, en misschien kleurt dat mijn beeld voorgoed, het meest meelevende publiek dat ik ooit  tegen kwam bij een hardloopwedstrijd. Overal staan sproeiers buiten, hebben mensen emmers en teilen gevuld met drinkwater. Op verzoek word je natgespoten, je mag zelfs de sterkte van de straal nog afsmeken. Hoe tegenstrijdig het ook mag klinken, de hartverwarmende ontvangst koelt ons pas écht goed af. Een zuchtje wind doet de rest. Dat er van een goede tijd geen sprake meer kan zijn mag dan al duidelijk zijn, maar hey, een miss-wet-t-shirt-verkiezing win ik op m’n sloffen. Dat geldt overigens ook voor de wedstrijd miss-wet-pants, want na een tiental sproeiinstallaties ben ik werkelijk doorweekt. De sfeer zit er goed in, Sari en ik zijn vrolijk en krijgen het zélfs nog voor elkaar een jongedame met doorzettingsproblematiek met ons mee te krijgen. Hoezo je kan niet meer? Je gaat nú toch niet opgeven? Hell no! Het ergste heb je gehad! (En dan moeten we nog 9 kilometer…).

Utrecht heeft mijn hart gestolen. En dat alles door een halve marathon onder barre omstandigheden. Op mijn niet zo finest hour gespot door een studente bij de waterpost. Drama. En wat heb ik een leed gezien onderweg. Oververhitte lopers die op zwart gingen. Ambulances, infusen, isolatiedekens: the works. Te veel, te vaak. Maar dat is allemaal niet meer zo belangrijk. Ook over onze tijd gaan we het maar niet hebben. Highly overrated. En ook niet over die kramp die me op een kilometer van de finish deed braken van de pijn. Een stemmetje in m’n hoofd dat eerst fluisterde: je gaat nu niet stoppen hoor! Om daarna in m’n oren te toeteren:
EN.ALS.JE.NU.NONDEJU.NIET.GAAT.LOPEN.DAN.DOE.IK.JE.WAT!
Nee. Gaan we het niet over hebben.

Maar over Utrecht, het groen, het water, en vooral: het publiek: daar gaan we het nog lang over hebben. Het was een waar feest, daar in de stad!

             

En nu is het dinsdagochtend. Het gaat goed, voel ik. M’n rug is niet gebroken. En die kuiten, ja die staan wel wat strak, maar het is goed te doen. Over m’n teennagels kun je discussiëren. Pijnlijk is misschien niet het goede woord, maar zéér doen ze toch. Best. Wel. Ik kan bukken, ik kan rekken. En ik loop, voor de toeschouwer die een lichte oogafwijking heeft, best soepel. En dus doe ik een dappere poging tot killer heels. Want ik hou van hakken. Ze maken m’n kuiten… nou ja, killer heels máken de kuiten. Met een korte kreun trek ik m’n stoerste, mooiste en allerhoogste paar onderuit de kast. Half hangend op de bedrand duw ik mijn gekneusde teentopjes in hakken waarvoor ik normaliter m’n hand niet om zou draaien. Maar goeie god, wat doet dit zeer.

Als Kleine Veters mijn slaapkamer binnen komt, de situatie overziet en zijn wenkbrauwen optrekt, ben ik de situatie al niet meer meester. Hij kent het al. Hij weet dat ik in stilte lijd. En dat ik te trots ben om dat toe te geven. Met een kort knikje naar de vetste schoenen van de wereld licht hij zijn hielen: “Ik zou het niet doen. Als ik jou was.” Hij kijkt nog even over zijn schouder “…Maar het zijn jouw voeten….” Rotjoch. Altijd gelijk. Trefzeker kegel ik mijn schoenen terug de kast in. All Stars onder een rokje? Volgens mij is het mode. Met ingang van nu.

Leave a comment »

Room with a view

Het mooie van op stap gaan met je loopmaatjes is dat je inzichten verkrijgt die je anders niet voor je kiezen zou krijgen. Mijn lopies zijn van een bijzondere soort. Mogelijk kwamen ze nooit op mijn pad als we niet die  passie voor het hardlopen zouden delen. Het rennen heeft ons samengebracht, en dat brengt met zich mee dat ze me laten meedelen in hun blik op de wereld. Mijn maatjes zijn kleurrijk, bijzonder en staan open voor andere gezichtspunten.

Als je vier dames op een kamer met stapelbedden te slapen legt, krijgt zo’n loopweekend al snel iets van een schoolreisje. Inclusief kruimels in bed, slapeloze nachten, rare gewoonten en roze pyjama’s. We waren goed aan elkaar gewaagd. Al die eigenaardigheden die we ontegenzeggelijk meenamen in de hostal-kamer kregen iets kolderieks daar. We hebben lol gemaakt tot onze kaken zeer deden. Het mooie van lachen is dat je er zo heerlijk in door kunt rollen. Met deze roomies kom ik aan m’n jaarquotum dubbel liggen binnen een tijdsbestek van 3 dagen. Prachtig. Zo hard moeten lachen dat je geen geluid meer maakt. De tranen over je wangen voelen rollen en er niets meer tegen kunnen doen. Heerlijk.

Afgelopen weekend renden we samen door de straten van Barcelona. We liepen op een donker ogende zondagochtend naar de regen die met bakken uit de lucht kwam regelrecht de zon in die ons na de finish bij de Arc de Triomphe goddelijk verwarmde. Een race die ik niet makkelijk zal vergeten, omdat ik nooit eerder zo lekker liep. Het is een heftig jaar geweest, en ik heb niet getraind zoals ik had moeten doen, maar bij deze run vergat ik alle zwaarte, verloor ik alles wat me tegenhield en kon ik onverholen blij over de finish gaan. Niet een tijd om over naar huis te schrijven. Niet de race van m’n leven. Maar wel gelopen alsof ik op handen werd gedragen, alsof ik op wolken liep, alsof ik gecoacht werd door een onzichtbare mentor die het beste uit me boven haalde. Zó lopen kost geen moeite. Zó lopen levert alleen maar energie op.

Met één van m’n loopmaatjes sta ik voor het raam van onze stapelbeddenstal. 12 hoog. De stad aan onze voeten. Ik voel wat ze zeggen wil. Dat het zo mooi is. Hier te zijn. Met elkaar. Samen te lopen. Te lachen. Hier naar buiten te kijken.

En ze heeft gelijk. Ik voel de stad in m’n aderen stromen. Hoe langzaam de luiken in m’n hoofd open gaan. Ik glimlach. Dit weekend is het open huis in mijn hoofd. En de mooiste kamer zit vlak achter m’n ogen. Mijn lenzen op de wereld, mijn blik op het leven, mijn oog op Barcelona. Een penthouse, gedecoreerd met speciale vriendschappen en bijzondere gebeurtenissen.

En nu loop ik al dagen te glimmen. Met die medaille, de lelijkste die ik ooit verdiend heb, brandend in m’n broekzak. Mitja Marató de Barcelona in godgruwelijk brons. Je zou er bijna niet van slapen. Zo trots ben ik. Zo blij ben ik. M’n endorfines vieren feest, en ik hoop dat ze dat nog lang blijven doen.

Comments (1) »

Dierendokter Tom

Het mooie van hardlopen is dat deze sport door alle rangen en standen heen gaat. Eenmaal gehesen in die malle tights zien we er allemaal hetzelfde uit en is niet langer zichtbaar uit welke sociale klasse of groep we afkomstig zijn. Beroepen laten zich lastig raden. Je verwart het meisje-van-de-slijterij met het grootste gemak met een kindernefrologe. Een boekhouder ziet er uit als de eerste de beste onderwijzer en dat die gloedvol debatterende dame postbode was, had ik niet achter haar gezocht. Het stikt van de beleidsmedewerkers, docenten op alle niveaus en medici door alle specialismen heen. We hebben Funrunnende ingenieurs, architecten, apothekersassistentes, huismoeders, verpleegkundigen en secretaresses. Wekelijks leer ik van de inzichten van al die loopcollega’s. Ik spons hun visies op iedere ingebrachte casus op en besef me iedere keer weer hoe waardevol dat bespiegelen is. In plaats van eindeloos in mijn eigen bekrompen ijsbeerkringetje te lopen word ik gratis en voor niks voorzien van de meest innovatieve en creatieve Raad en Daad.

Het is niet alleen leuk en leerzaam om je eigen casuïstiek met loopcollega’s te bespreken. Soms kun je in stilte over de hei draven en luisteren naar wat je co-lopies te bespreken hebben. Je hoort de wonderlijkste verhalen. De verdrietigste geschiedenissen. De beste oplossingen. De vreselijkste omstandigheden. De meest lachwekkende situatieschetsen.

Één van mijn lopies heet Tom, en jawel, hij is dierendokter. Een bijzondere, dat zeker. Niet een die elke hondenkwaal met dezelfde injectiespuit oplost. Van wat ik ervan begrepen heb, bekijkt hij je huisdier op holistische wijze, en dat is wat anders dan de grote-stappen-snel-thuis dierenartsen die ik eerder leerde kennen. Dierendokter Tom ziet er uit alsof hij het kwajongensstadium nooit is ontgroeid. Hij gooit er bij vlagen de meest bizarre zinsnedes uit, die passen bij het eerder geschetste beeld. Iedere andere man die eruit zou flappen wat onomwonden uit zijn mond ontsnapt zou al lang een peut op z’n neus te pakken hebben gehad. Of, bij minder agressieve types, op z’n minst een hele lelijke blik toegeworpen hebben gekregen. Zo niet bij Tom. Zijn ontwapenende glimlach doet ‘m wegkomen met uitspraken waarover ik bij anderen boos zou worden maar bij hem soms slechts mijn wenkbrauwen frons.

Dierendokter Tom heeft ook een andere kant. Als busmaatje op weg naar Berlijn hebben we aardig wat uren stukgeslagen. Behalve een onnavolgbare en soms niet te volgen humor, is Tom een man die graag reflecteert en bespiegelt, en de zaken van de geest afwisselt met meer aardse zaken: welke bouwmaterialen gebruik ik het beste voor de reparatie van mijn platte dak? Soms, heel soms, kom je in je leven bijzondere mensen tegen. Tom beantwoordt in alle opzichten aan dat predikaat.

Afgelopen zondag hijgden we over de hei in de buurt van Molenhoek. We stopten even voor een foto van de loopgroep, met op de achtergrond dat prachtige paarsgroene natuurgeweld. Voor een loopvriendinnetje, dat even wat tegenslag heeft, en een tijdje niet met ons mee zal kunnen rennen. De hei vond ze prachtig, zo zei ze een week eerder, al met weemoed denkend aan al die duurloopjes die ze zou moeten gaan missen. Vandaar die foto. Van haar heide. Van haar loopkluppie.

Je zou hierover moeten bloggen, zei mijn digitale Dierendokter. Mooi verhaal over het lopen, met foto’s erbij. Dat doe ik al, riposteerde ik, en spelde de URL voor ‘m. Ik ga je lézen, riep hij nog, voor hij afsloeg voor een craniosacrale massage bij een confuus konijn.

Gekke man , die Tom. Een bijzondere man, dat is ie. Bij ons loopgroepje wordt ie node gemist als hij een keer weekenddienst heeft. Hij slaat alles op, en op een goed moment borrelt zijn herinnering aan eerdere gesprekken weer boven en vervolgt hij het onderwerp of de conversatie nooit was onderbroken. Tom was de enige die onthield dat ik een cursus Engels volgde, en dat ik het knap moeilijk vond. Iedere week vond hij een nieuwe variant om het onderwerp ter sprake te brengen: Hey, Veters! Hoe gaat het met je cursus, wat was het ook weer, Prostitution in English? That’s my boy… Fetch the Vet!

Comments (2) »

Van hier tot Tokyo

Om mijn taalvaardigheid Engels boven zeespiegelniveau te krijgen, volg ik sinds een aantal maanden een cursus Proficiency in English. Het is de bedoeling dat ik in juni het felbegeerde Cambridge Certificate haal. Volgens de site van het prestigieuze instituut geeft dit certificaat me direct toegang tot vele werkgevers, dúizenden, en kan ik waar ook ter wereld studeren. Alle gerenommeerde instituten zullen me met open armen ontvangen. Je begrijpt, mijn toekomst zit gebeiteld.

Waarom vertel ik dit? Was dit niet een blog over hardlopen? Uhuh, zeker wel. Voor m’n English Classes moest ik naar een tweetal TED-talks luisteren. TED staat voor Technology Entertainment Design. Het is een kleine organisatie die zich ten doel stelt kennis en inzichten te verspreiden over de hele wereld. Een inspirerend rondreizend circus van sprekers, toegankelijk voor een groot en breed geïnteresseerd publiek. Anyways, mijn huiswerk bestond uit het beluisteren van twee van de vele TED-lezingen, en ik besloot te luisteren naar de lecture van Dan Gilbert, een psycholoog verbonden aan Harvard University. 20 minuten lang luisterde ik naar zijn uiteenzetting over de vraag waarom mensen gelukkig zijn. Waar het op neer kwam: mensen zijn in staat hun geluk te “synthesizen”. Zelfs na de meest nare ervaringen zijn we positief: ja, het was triest, zo’n burn-out stuurt je door je diepste dal, maar ik heb er veel van geleerd. Of: vreselijk, die rolstoel, maar het is het beste wat me is overkomen. Het grootste gevaar voor dit maken, dit samenstellen van je geluk is het hebben van keuzes. Hoe meer keuzes, hoe lastiger het wordt je geluk “maakbaar” te houden. Sta je voor voldongen feiten, dan ben je beter in staat de zaken samen te voegen tot een happy ending. Een prachtig verhaal, en zeker twintig minuten stilzitten en ademloos kijken en luisteren waard.

To the point…  Eergister liep ik samen met zo’n 20 loopmaatjes der 30. Halbmarathon van Berlin. Nou ben ik niet bepaald ervaren. Maar hey, been there, done that, en deed het dus eergisteren weer. M’n derde halve marathon. Hoewel ik niet echt bijster goed had getraind, begon ik toch met enig vertrouwen aan die reis. Geloof me, het is een prachtige route. Unter den Linden, onder de Brandenburger Tor, langs de Siegessaule, naar Charlottenburg, via prachtige rijke stadswijken naar de Ku’damm, langs de Gedächniskirche, via het SonyCenter naar Checkpoint Charlie, om vervolgens in de buurt van het Rote Rathaus in een totale overwinningsroes te eindigen. Prachtig, prachtig. Ware het niet dat 21 kilometer  echt een róteind is. En daar kwam ik na 11 kilometer al achter. Samen met maatje Henk was ik strak op weg. We liepen mooi op koers, het zou geen beroerde tijd worden. Maar Henk bleef fit, en die glimlach om z’n mond bleek niet wég te branden, zelfs niet met de Zitronentee die ons om de zes kilometer werd geserveerd door goedmoedige vrijwilligers. Ik had het al helemaal gehad, alsof ik naar Tókyo aan het rennen was, maar Henk sleepte me woordeloos aan m’n haren over de bodem van de put: vérder Veters! Immer weiter! Bij het bordje 18 km belandde ik in de krochten van mijn ego – of wat de restanten daarvan leken te zijn. Zelfs Henks bemoedigende woorden kwamen niet meer aan. Om te voorkomen dat zijn tijd beïnvloed zou worden door mijn steeds verder afkalvende voetenwerk stuurde ik ‘m weg: You Go Boy! Weifelend keek hij me aan. Echt? Ja! Ja! Weg jij! Gáán! Hij schoot weg, ik staarde nog een tijdje moedeloos naar z’n schoenzolen, tot ik ook dat profiel niet meer kon onderscheiden . All gone.

Nu heb ik voor noodgevallen altijd een MP3 speler bij me. Want eenmaal alléén ben ik niet meer zoveel waard, en dan heb ik een duidelijke instructie nodig om me weer een beetje in het gareel te krijgen. Die instructie komt meestal voort uit een gebiedende beat. Jumping! Jumping! zong Beyoncé in m’n oor. Ik kon alleen maar denken, kom op met die veters, lopen gij, hou vast die beat. Het schoot door m’n hoofd: ik ga toch niet uitvallen? Nu ik het bordje 19 KM al kon onderscheiden? No way! Geen Veters zou hier het loodje leggen. Geen denken aan. Jumping! Jumping!, na de finish mag je crashen, under no circumstance ga je hier inzakken als de eerste de beste plumpudding. In mijn hoofd visualiseerde ik een coach die me vermanend toesprak: we zijn niet zover gekomen om hier uit te vallen. En nou lopen jij, dan kunnen we daarna tenminste douchen en naar huis. In gebiedende wijs vloog ik uit mijn Zak & As en vervolgde ik m’n laatste kilometers, steeds sneller, Jumping! Jumping!, tot ik Henk weer in het vizier kreeg en hem op enkele meters voor de finish inhaalde. Ik wás er weer. Maar mijn God, wat was ik diep gegaan. Bodemloos, maar dan nog dieper. Eenmaal over de eindstreep schoot een Notartzt naar me toe. Of het wel ging? Nee, of ja, of nee, of ja toch, het ging wel, geen zorgen. Met m’n handen op m’n hoofd, totaal buiten adem en lijkbleek, ging ik richting de medailles. Zo gaaf. Die worden in Berlijn nog ómgehangen. Het meisje dat de egards waarnam keek me plechtig aan. Mooi moment. Niet veel later heb ik m’n mobiel-met-camera in de handen van een Spaanse Schone geduwd. Of ze een foto kon maken. Van mij en mijn medaille. Ofcourse, zei ze met een prachtige tongval.

Twee dagen later brandt de medaille nog in m’n broekzak. Ik heb het toch maar weer mooi geflikt. En ook nog eens 8 minuten sneller dan vorig jaar. Ik voel me helemaal happy met m’n prestatie. En hoe zwart ik het ook inzag, daar rond die 18e kilometer, hoeveel pijn ik ook heb geleden, ik heb m’n geluk helemaal gesynthesized. Ik heb ervan geleerd. Het was een prachtige ervaring. Dit was een goede leerschool. Ik had het niet willen missen. En wat dacht je hiervan: What doesn’t kill you makes you stronger.

En oh ja… volgend jaar gewoon weer. Harder, better, faster, stronger….

Finisher filmpje: zoek de Veters:
http://www.finisherclip.de/de/previews/index/52/F7051

 

Comments (2) »

Geen brug te ver

Ieder jaar is er weer één om te bespiegelen. Dat geldt ook voor 2009. Omdat ongebreideld kritiek leveren al te makkelijk is, en ik daar alleen maar door in zak en as kom te zitten, heb ik besloten het jaar te reviewen  volgens de criteria:
a. wat ging goed? en
b. wat kan beter?

2009 startte bijzonder. Een trainer die zegt dat er meer is na de magische 7heuvelenloop: een halve marathon! We liepen van Apeldoorn via Venlo naar Berlijn, we liepen in Nijmegen, Groesbeek, Beneden-Leeuwen, Parijs, Amsterdam, en nog eens in Nijmegen. Honderden kilometers. Op oude schoenen, op nieuwe schoenen, met t-shirts van gelopen loopjes, sparend voor felbegeerde shirts van nog te lopen wedstrijden. Ik heb er ééntje waarop staat: I AMsterdam. Apetrots ben ik erop. Het t-shirt zit voor geen meter, veel te groot, het zwabbert om mijn tenger lijf, maar níemand anders dan ik alleen zal ooit dit t-shirt dragen. Desnoods als pyjama.

De kluit medailles die inmiddels aan de kroonluchter boven mijn bed hangt begint een gevaarlijk gewicht te krijgen. De lamp schommelt hevig onder de loden last, waarin al dat moois aan prachtig gekleurde linten hangt. Tegenwoordig kun je kiezen: wel of geen medaille na de wedstrijd. Het scheelt je ongetwijfeld inschrijfgeld, een euro of wat. En als rechtgeaard Zeeuws Meisje zou me dat toch moeten aanspreken. Maar de gedachte dat ik medailleloos huiswaarts zou keren is ondenkbaar.

Kinderlijk gelukkig draag ik in trein, bus of auto, op weg naar mijn woonst, het felbegeerde eremetaal om mijn nek. Ik loop er tankstations mee binnen, ga er mee in restaurants zitten, het kan me niet schelen: op die dag ben ik Queen for a Day. En daar hoort zo’n prachtige ketting bij.

In 2009 heb ik mezelf overtroffen. Ik liep een halve M in 2.28 u, om dat binnen een half jaar te verbeteren tot 2.15u. Er zit winst in, dat weet ik zeker. En voor die tweede keer had ik amper getraind: we liepen ‘m gewoon, m’n maatjes en ik. Omdat we overlopen van enthousiasme. Omdat lopen zo leuk is. Ik zou een goede loop-evangelist zijn. In mijn blakend enthousiasme bekeer ik iedereen tot een paar goede loopschoenen, een goedgekozen bosperceel en voldoende tijd om als dartel hert elk onuitgestippeld bospad te begalopperen. Vriendjes en vriendinnetjes, collega’s en familie: ik ben een regelrechte Loop Getuige en sleur iedereen – desnoods aan de haren – naar Heumensoord om daar dezelfde geneugten van fysieke loop-inspanning te ondergaan als ik zelf wekelijks aan den lijve ondervind.

Dat ging dus goed, in 2009. Maar het kan beter. Jaren geleden maakte ik een lijstje voor m’n leven. Maar levenslijstjes of bucket lists hebben de neiging niet korter te worden, naar gelang je er zaken van af kunt strepen. In tegendeel: ze worden langer en langer zolang je tijd niet onbegrensd is. In 2010 wil ik iets belangrijks van mijn bucket list  schrappen. Iets wat er stiekem op is gekropen, zonder dat ik het zag: de heimelijke wens om een marathon uit te lopen. En als het dan éven kan, ook de mooiste van allemaal: de NYC Marathon. Dáár de medaille van te dragen. Dáár het t-shirt van te mogen dragen. Die herinneringen op mijn netvlies te hebben.

Als ik eraan denk lopen de rillingen me over het lijf. Binnenkort start ik met trainen. Ik hoop dat mijn knieën het redden. Dat m’n voeten het overleven. Dat m’n moraal niet breekt. Maar komen zal ie er. Hoe we dat hier in 024 zeggen: al mowwe krûpe!

 

 Iedere dag dat ik loop, vandaag noodgedwongen op de loopband vanwege de gladheid, tel ik mijn zegeningen. En ik ben vast van plan dat in 2010 vaker te doen, béter, tellen of ik wel goed geteld heb, en die zegeningen stuk voor stuk koesteren. Omdat ik weet dat wat ik realiseer niet voor iedereen is weggelegd. Daarom heb ik besloten in 2010 te gaan lopen voor wie het niet kan. Omdat ziekte haar verhindert te lopen. Omdat je van borsten doodziek kunt worden, en we daar met z’n allen iets aan moeten doen. In 2010 loop ik voor háár. Omdat haar lange haar uitvalt. Omdat ze moet kotsen van de chemo. Omdat ze bang is dat ze haar kind nooit groot zal zien worden. Omdat ze dapper is en doorzet. Daarom. Voor iedere euro die ik spendeer aan het lopen, zet ik een euro opzij: voor haar.

Wil je me helpen in de strijd tegen haar borstkanker? Je bijdrage is van harte welkom. Per gelopen wedstrijdkilometer kun je me sponsoren. Hoeveel je sponsort bepaal je zelf. Alle hulp is welkom.

Gisteren viel de bevestiging binnen. Op 12 juni 2010 loop ik de Broloppet. 21 kilometer, van Denemarken naar Zweden. Voor die specifieke dag zoek ik sponsors (mail me op: mireille024@gmail.com) . Ik zweer het je: op die dag loop ik over water en fladder ik naar de overkant. In 2010 gaat geen brug mij nog te ver.

Comments (4) »