Posts tagged running hardlopen sport sports plezier rennen funrunners nijmegen

Got toenails?

Ik zag het net toen ik in bad ging. Je moet weten, ik had een flink stuk gerend, dus ik had wel recht op zo’n waterhete omhelzing van mijn sterk afgekoelde lijf.  Rillend stroopte ik m’n tights af, altijd lastig als die nat is van de regen en de modder. M’n voeten rood van de kou. En toen zag ik het. Hij hing er een beetje slapjes bij. Zo van “aan een draadje”, zielig, het einde nabij. Ik bukte me voorover, m’n voet op de badrand. Er was geen lievemoederen meer aan. Met een kort rukje trok ik ‘m uit z’n bed en droeg ‘m ten grave naar de prullenbak, voorzien van een theatraal  ta-da-dada-ta-dadadada-dadaaaaah….

Toen ik nog maar net was gestart met hardlopen, was ik heimelijk jaloers op de taal die de échte lopers gebruikten. Ze wisselden tips uit over kleding, ondergoed, tepelpleisters, uitharden van voeten, wat te doen bij peesplaatblessures en het correcte gebruik van compressiesokken. Dat ik het blokje nog niet om kon rennen zonder amechtig te hijgen was een teken bij uitstek dat ik never-nooit-nie bij ze zou horen. Maar wat zou ik graag met ze meepraten. Vertellen over hoe de compressiesokken me bevielen. Hoe mijn teennagels het stuk voor stuk hadden begeven bij het rennen van de zoveelste halve marathon. Dat zoogcompressen misschien wel dé oplossing waren in de strijd tegen geschuurde en gehavende tepels. En dat kampferspiritus echt highly ondergewaardeerd was en een prachtig hulpmiddel was ter voorkoming van blaren. Mijn goed ontwikkelde gevoel voor “ken je plaats in de groep” maakte dat ik wijselijk mijn mond hield. Deze conversatie was way over my head.

Inmiddels zijn we vele kilometers verder. Ongemerkt ben ik opgeschoten van een absolute beginner tot een redelijk ervaren loper. Hou me ten goede: ik loop áltijd achteraan. Vraag van mij geen snelheid. Denk niet dat ik de Kenianen naar de kuiten bijt. Maar éénmaal opgestart kan ik blijven lopen. ‘Type dieseltje. Of zwarte kip. Lekker langzaam, lekker lang. Punt is, dat je niet zover kunt lopen zonder ook last te krijgen van ongemakken. Mensen zijn namelijk niet gemaakt om belachelijk ver te rennen. Heb je het geitje bijna te pakken, werp je speer, dood het, eet het op. Klaar. End of story. Geen voorloper van de huidige mensenstandaard sloofde zich zo uit om uiteindelijk een stuk metaal aan een touwtje om de nek te kunnen hangen. De tragiek van de competitieve mens.

Terug naar de ongemakken… als ik in mijn loperskudde kijk, zijn er blessures galore. Van bilspieren die bij de minste inspanning in de hens lijken te staan tot arthrose in knieën, van oprispende maagzuren tot brandende peesplaten, van hielspoor tot shinsplints, er is een hoop ellende te bespeuren in mijn sport. Om nog maar niet te spreken van specifieke vrouwenkwalen: om de haverklap moeten plassen vanwege die zwakke blaas, pijnlijke borsten ondanks de betonnen sportbh’s die van iedere vrouw een jongetje weten te maken, pijn in de onderrug die meer dan killing wordt bij afstanden waarover je langer dan een uur loopt. Maar wat een echte hardloper typeert is dat een beetje pijn meer of minder ‘m niet uitmaakt. Daar loop ik wel doorheen. En het wonderlijke is: door de meeste pijntjes en ongemakken kún je ook heen lopen. Geef het een uurtje, bijt even flink op je tanden, probeer vooral even niet te vóelen, en lóóp, lóóp, lóóp!

Dat hardlopers ver kunnen gaan, soms té ver, blijkt uit het aantal uitgemergelde renschoenen dat na een marathon kokhalzend over de hekkens hangt. Er wordt niet gepauzeerd bij één van de vele mobiele toiletten die unterwegs te vinden zijn: laat maar lopen! Nu stoppen = tijdverlies = het aan flarden vliegen van een beoogd PR op deze afstand! Eens vond ik op mijn vele struintochten op het web deze foto:

In eerste instantie moest ik erg lachen. Het zal je gebeuren. Maar het drama hier is zoveel groter dan het leedvermaak dat ik voelde bij de eerste keer dat ik deze foto zag. De eerste reacties? Beláchelijk! Doe je toch niet! Maar deze jongen laat precies zien wat fanatieke hardlopers typeert: de drive om door te gaan no matter what… Het gaat wel over, het zal wel zákken, het wordt wel béter, nog even en je ziet er níets meer van. Of ie er zelf helemaal in gelooft weet ik niet: de blik op z’n gezicht spreekt boekdelen, en ik vermoed dat hij zelf ook wel waarneemt dat ie enorm stinkt. Maar het verlies van decorum is geen reden z’n droom op te geven. Over die thin blue line zal hij uiteindelijk overwinnen. Wie? Zichzelf waarschijnlijk. En al z’n imaginaire draken en demonen die ‘m achtervolgen. Hij zal er komen, die medaille om z’n nek voelen, en uiteindelijk vergeten dat hij ooit zo heeft gelopen. Iedereen weet dat je soms iets moet verliezen om te kunnen winnen. Overigens: de foto is gebruikt voor een “inspirational poster”, geheel volgens Amerikaanse standaard, voorzien van het onderschrift: Believe & Succeed. Hij geloofde er in. En het werd een succes.

Nu beginnen mijn teennagels het te begeven. Eén heeft ontslag genomen, de rest zal snel volgen. Het zal afzichtelijk zijn, als ik m’n teenslippers aan heb. Prachtige gelakte nageltjes had ik. En dan is er nu in ieder geval al één verdwenen, en die teen is nu voorzien van een mengeling van huid met nieuwe nagel. Het ziet er niet uit. En eigenlijk vind ik dat heel erg. Maar het hoort er bij. Teennagels is voor woossies. Dee dat geen pijn, vraagt zoonlief met een beetje een vies vertrokken koppie, afkeurend wijzend op dat stumperige teentje. Nee, zeg ik stoer. Daar voel je eigenlijk helemaal niets van.

PS: het verhaal van deze marathonloper is te vinden op deze site >http://mixmakers.net/other/my-first-marathon-experience/

 

Advertenties

Comments (1) »

Ode to Joy

Ooit was ik een niet-loper. Je pas versnellen, een holletje maken, het op een lopen zetten, rennen: het was niets voor mij. Het einde van de straat haalde ik in geval van nood slechts compleet buiten adem. Meer zat er niet in.

Het is inmiddels ruim anderhalf jaar geleden dat ik tóch die hardloopschoenen maar heb aangetrokken. Ik was bereid mijn lichaam aan het werk te zetten, en sinds dat moment ben ik officieel verslaafd aan hardlopen. Aan de outfit kan het niet liggen. Ik heb weinig op met de niets verhullende tights en de strakke technische shirtjes. Om over die schoenen nog maar te zwijgen. Ieder elegant voetje ondergaat een metamorfose tot onvervalste horrelvoet in die oerlelijke klompen. Je kunt ze nog optuigen met een leuk kleurtje, een vrolijke veter, maar echte gratie zul je er niet mee verkrijgen.

Wat hardlopen de moeite waard maakt? Het valt bijna niet uit te leggen. Het zweten tot je jezelf ruikt. De pijn in (in willekeurige volgorde) knieën, tenen, heupen, rug, nek of (bij mannen dan) tepels. De regen die op je kop gutst. IJskoude vingers bij -5. Het gevoel dat je op een tennisbal bent gestapt na 20 kilometer asfalt vreten. Een vervelende teek die zich onder het randje van je sok heeft genesteld. Of het benauwde gevoel dat je al 10 km lang moet plassen, maar geen geschikte plek kunt vinden tenzij je je billen wilt blootstellen aan een compleet brandnetelbos op knielhoogte. Ik noem slechts enkele van de ongeneugten.

Toch durf ik me verslaafd te noemen. Zonder meteen te wijzen naar die stofjes, die endorfines, die zorgen dat je níets meer voelt van al die ongenoegens die ik hierboven nog beschreef. Maar er is meer. Zóndag was er meer. Heumensoord is een prachtig bos, er is een hoop te zien, maar als er een hele horde hardlopers door de bossen trekt, pratend, lachend, stampend, is er weinig meer te horen of te zien van de oorspronkelijke bewoners. Behálve zondag. Terwijl ik met Danny sprak over de weemoed om nooit uitgestoken examenvlaggen, we allemaal het pad goed in de gaten hielden omdat er nogal wat boomwortels op zoek waren naar zwakke enkels, schoof er, vanuit het níets, zomaar een hertje op het pad. 20 meter, niet meer, vlak voor ons. Ik zweer je, geen konijn, geen eekhoorn, zelfs geen dolgedraaide pissebed laat zich zien als wij er als een horde olifanten aan komen stampen. En toch stond ze daar, op het pad, en ze keek me récht in mijn ogen. Het duurde maar een fractie van een seconde voor ze doorhad dat die colonne stampend op weg was naar háár en verdween… we slopen op onze tenen verder – waarheen was ze gegaan? De achterhoede zag haar nog, terwijl er strak door de boschages werd gekeken. Het momentum was voorbij, en ik voelde me rijk. Was ik thuisgebleven, in mijn warme bed, ik had haar gemist. Dood- en doodzonde.

Sinds anderhalf jaar ben ik lid van een loopgroep met een naam die ik vol trots uitspreek. Ik ben een FUNrunner. Ten voeten uit. En die lelijke schoenen neem ik voor lief. Ik loop voor mijn plezier en heb daarbij prachtige mensen ontmoet. Die anders misschien niet op mijn pad waren gekomen. Mooie karakters, met elk hun eigen verhaal, over gemiste vlaggen, trotse kunstwerken, prachtig werk, mooie liefdes, bijzondere geschiedenissen. Ik heb veel geleerd, over veters strikken, looptechnieken, chi-running, pasta-maaltijden en koelen-koelen-koelen bij pijn. Maar er is meer. Veel meer. De reden waarom ik ren is gelegen in kleine dingen. Zo vond ik vorige week nog een prachtige foto in mijn brievenbus, een onderweg-foto van de 7heuvelenloop, waarop ik, breed lachend, met mijn 2 loopmaatjes sta. Omdat dat moment zo prachtig was. En dat was het. Dat ís het. Ontroerend mooi.

Van de overstekende ree heb ik geen foto. Alhoewel ik mijn Nokia95 altijd met me meedraag, en het een koud kunstje was geweest haar vast te leggen in prachtige pixels. Ik heb het niet gedaan. Omdat dat moment zo prachtig was. En dat was het. Dat ís het. Tranentrekkend mooi. Een simpel, mooi hertje. Op een gewone, vroege zondagochtend. Hoe rijk wil je worden? Thanks, deer.

ree

Leave a comment »